Por of para: het verschil in het kort
Por en para zijn voorzetsels, en in het Nederlands vertaal je ze allebei vaak met voor. Toch betekenen ze iets anders. Met deze vuistregels kom je een heel eind:
- Para gebruik je voor een doel (om te), een bestemming (naar), een ontvanger (voor wie), een deadline (uiterlijk) en een mening (para mí, volgens mij).
- Por gebruik je voor een oorzaak (vanwege), door of via een plek, een ruil (in ruil voor), een tijdsduur of dagdeel, per (per uur, per week) en een middel (per telefoon).
Vergelijk de zinnen hieronder steeds per twee. Met para gaat het om waar je naartoe wilt, met por om waar iets vandaan komt of langs welke weg het gaat.
Para voor een doel: om te en waarvoor
Para betekent vaak om te, bedoeld voor of waarvoor: je noemt het doel. Na para komt dan een heel werkwoord, de infinitief: lo necesito para cortar la carne, ik heb het nodig om het vlees te snijden. Vraag je naar het doel, dan zeg je ¿para qué?, waarvoor? In Spanje hoor je vaak para llevar: zo bestel je eten of koffie om mee te nemen.
Para voor een bestemming en een ontvanger
Para wijst ook naar een eindpunt. Bij een reis is dat de bestemming: salimos para Holanda, we vertrekken naar Nederland. Vaak kun je dan ook a zeggen; met para leg je de nadruk op de richting. Bij een cadeau, een brief of een bestelling is het eindpunt de ontvanger: este regalo es para mi padre. Werk je voor een bedrijf of een baas, dan zeg je ook para: trabajo para una empresa holandesa.
Para voor een deadline: uiterlijk en vóór
Met para noem je ook een deadline: het moment waarop iets klaar moet zijn. In het Nederlands zeg je dan uiterlijk, vóór of gewoon voor: necesito el artículo para el viernes, ik heb het artikel uiterlijk vrijdag nodig. Vraag je wanneer iets klaar moet zijn, dan zeg je ¿para cuándo? Gaat het niet om een deadline maar om een dagdeel, zoals 's ochtends of 's avonds, dan gebruik je por. Dat lees je verderop.
Para mí: een mening of een vergelijking
Met para mí geef je je mening: para mí, es demasiado caro, ik vind het te duur. Zo kun je ook para ti, para él of para mucha gente zeggen. In de spreektaal hoor je in Spanje ook para mí que, volgens mij: para mí que va a llover. Schrijf mí hier met een accent: het is het woord mij, niet mijn. Let op: para mí kan ook gewoon voor mij betekenen, zoals bij een bestelling in een bar.
Met para maak je ook een vergelijking met wat je zou verwachten: para su edad, habla muy bien, voor zijn leeftijd praat hij heel goed.
Por voor een reden of oorzaak: vanwege en door
Met por noem je de reden of de oorzaak: waardoor iets gebeurt of waarom je iets doet. In het Nederlands zeg je dan vanwege, door, wegens of omwille van: llegué tarde por el tráfico, ik kwam laat aan vanwege het verkeer. Ook bedankt voor is altijd por, want je noemt de reden van je dank: gracias por tu ayuda.
Waarom is ¿por qué?, en omdat is porque, aan elkaar. Het verschil tussen por qué, porque, por que en porqué lees je in het blog Por qué, porque, por que en porqué.
Por bij tijd: por la mañana en een tijdsduur
Bij dagdelen gebruik je por: por la mañana ('s ochtends), por la tarde ('s middags) en por la noche ('s avonds of 's nachts). Zo zeg je ook el sábado por la noche, zaterdagavond. Noem je een klokuur, dan wordt het de: a las diez de la mañana, om tien uur 's ochtends.
Met por geef je ook aan hoe lang iets ongeveer duurt: me quedo por unos días en Madrid. In Spanje laat je por dan vaak weg: me quedo unos días. Voor een afgesloten periode gebruik je durante: estudié francés durante dos meses. Meer woorden voor dagen en dagdelen vind je in de les Tijdsaanduidingen.
Por voor door, via en langs
Gaat het om een plek, dan betekent por door, via of langs: de weg die je aflegt, niet het eindpunt. Anduve por las calles de Girona, ik liep door de straten van Girona. Met por aquí bedoel je hier in de buurt: ¿hay una farmacia por aquí?
Door heeft in het Nederlands nog een betekenis: wie iets gedaan heeft. Ook dat is por: el Quijote fue escrito por Cervantes, Don Quichot is geschreven door Cervantes.
Por voor per en procent
Per uur, per week, per persoon: in het Spaans is dat por. Me pagan 20 euros por hora, ze betalen me 20 euro per uur. Ook bij procenten gebruik je por: el veinte por ciento, twintig procent. Honderd procent is in Spanje meestal cien por cien.
Por bij ruilen en betalen: in ruil voor
Ruil je iets, of betaal je ergens voor, dan gebruik je por: het ene in ruil voor het andere. Quiero cambiar estos euros por dólares, en compré este coche por mil euros. Neemt iemand de plaats van een ander in, dan zeg je ook por: hoy trabajo por mi compañera, vandaag werk ik in plaats van mijn collega.
Por voor een middel: per telefoon en per e-mail
Hoe stuur je iets, of hoe neem je contact op? Ook dat is por: llamar por teléfono, bellen, en te lo mando por correo electrónico, ik stuur het je per e-mail. Voor vervoer gebruik je in het Spaans meestal en: voy en tren, ik ga met de trein. Lopend is a pie.
Vaste uitdrukkingen: por favor, por fin, por supuesto en para siempre
Veel uitdrukkingen met por en para leer je het best als geheel. De bekendste is por favor, alsjeblieft of alstublieft. Je zet het meestal achteraan: la cuenta, por favor, de rekening, alstublieft. Por supuesto betekent natuurlijk of uiteraard, en por fin zeg je als iets eindelijk gebeurt: ¡por fin es viernes! Met por ejemplo geef je een voorbeeld, en met por eso zeg je daarom.
Met para zijn er minder vaste uitdrukkingen. Je hoort vooral para siempre, voor altijd, en para nada, helemaal niet: ¿te molesta? Para nada. Por la mañana, por la tarde en por la noche staan hierboven, bij tijd.
De valkuil voor: por, para of iets anders?
Nederlanders zeggen voor in veel betekenissen, en daar gaat het vaak mis. Vraag je steeds af wat je met voor bedoelt:
- Om te, bestemd voor, naar of uiterlijk: para. Lo he hecho para ti, ik heb het voor jou gemaakt: jij krijgt het.
- Vanwege, omwille van, in ruil voor of in plaats van: por. Lo he hecho por ti, ik heb het voor jou gedaan: jij bent de reden.
- Bedankt voor is altijd por: gracias por la cena, bedankt voor het eten.
- Vóór in de tijd is antes de: antes de comer, voor het eten. Vóór een plek is delante de: delante de la casa, voor het huis.
- Ergens voor zijn is estar a favor: estoy a favor, ik ben ervoor.
Oefening: por of para?
Kies por of para. Je ziet meteen of het klopt, en bij een fout krijg je nog een poging. Na elke zin lees je waarom.
-
1. Gracias tu ayuda.
-
2. Estas flores son tu madre.
-
3. Te llamo la noche.
-
4. Ahorramos ir de vacaciones.
-
5. La habitación cuesta 80 euros noche.
-
6. Mañana salimos Sevilla.
-
7. El tren a Granada pasa Córdoba.
-
8. Necesito el informe mañana.
-
9. Te lo mando WhatsApp.
-
10. mí, este restaurante es demasiado caro.
Veelgestelde vragen over por en para
Wat is het verschil tussen por en para?
Para kijkt vooruit: je noemt een doel, een bestemming, een ontvanger, een deadline of een mening (este regalo es para ti). Por kijkt naar de oorzaak of de weg: een reden, door of via een plek, een ruil, een tijdsduur, per en een middel (gracias por todo). In het Nederlands vertaal je ze allebei vaak met voor.
Wanneer gebruik je por en wanneer para?
Kun je in het Nederlands om te, bestemd voor, naar of uiterlijk zeggen, dan is het para. Past vanwege, in ruil voor, per, via of door, dan is het por. Twijfel je nog, maak dan de oefening op deze pagina.
Hoe zeg je voor in het Spaans?
Dat hangt af van wat je bedoelt. Voor een doel, een bestemming of een ontvanger zeg je para: es para ti, het is voor jou. Voor een reden of een ruil zeg je por: gracias por todo, bedankt voor alles. Vóór in de tijd is antes de, en vóór een plek is delante de.
Wat betekent por in het Spaans?
Por is een voorzetsel met veel betekenissen: door, via, langs, vanwege, per, of voor in de zin van in ruil voor. Por la mañana betekent 's ochtends, en ¿por qué? betekent waarom.
Wat betekent para in het Spaans?
Para betekent meestal voor, om te of naar: es para ti, het is voor jou, en trabajo para vivir, ik werk om te leven. ¿Para qué? betekent waarvoor, en para mí betekent voor mij of volgens mij.
Wat betekent por favor?
Por favor betekent alsjeblieft of alstublieft, als je iets vraagt: un café, por favor. Geef je iemand iets aan, dan zeg je niet por favor maar aquí tienes of toma.
Wat betekent por supuesto?
Por supuesto betekent natuurlijk, uiteraard of zeker. Je gebruikt het vaak als antwoord op een vraag: ¿Me ayudas? Por supuesto. In de spreektaal zeg je ook vaak claro.
Wat betekent para mí?
Para mí betekent voor mij, bijvoorbeeld bij een bestelling: para mí, un café solo. Het betekent ook volgens mij of ik vind: para mí, es demasiado caro. Schrijf mí met een accent; mi zonder accent betekent mijn.
Wil je verder met je Spaans?
In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.
Download het gratis e-bookZelfstandig Spaans leren
Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.
Meer hierover op het blog
Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.