Uitspraak Spaans met geluid: de vijf klinkers
Het Spaans heeft maar vijf klinkers: a, e, i, o en u. Ze zijn kort en zuiver. Ze klinken altijd hetzelfde, met of zonder klemtoon. De a ligt tussen de a van pad en die van paad. De e ligt tussen pet en peet. De o ligt tussen pot en poot. De i klinkt als ie en de u als oe. Let op twee dingen. Een Spaanse klinker glijdt nooit door naar een andere klank: no klinkt als no, niet als nou. En een klinker zonder klemtoon wordt nooit een doffe e, zoals in ons woordje de. In todo hoor je dus twee keer precies dezelfde o.
Twee klinkers naast elkaar: let op eu, ui en ie
Staan er twee klinkers naast elkaar, dan hoor je in het Spaans allebei. Dat is lastig, want in het Nederlands lees je eu, ui en ie als één klank. In het Spaans is eu een e met een oe erachter: Europa klinkt als e-oe-ro-pa. Muy (heel) klinkt als moei, tiempo als tjempo en bueno als bweno. In agua (water) hoor je de u als een korte w: agwa. Alleen de ei klinkt bijna zoals bij ons: seis (zes) rijmt ongeveer op ons woord reis.
Klemtoon in het Spaans: twee vaste regels
Welke lettergreep je het hardst zegt, volgt in het Spaans twee vaste regels:
- Eindigt een woord op een klinker, een n of een s, dan ligt de klemtoon op de voorlaatste lettergreep: Granada, Toledo, joven, lunes.
- Eindigt een woord op een andere medeklinker, dan ligt de klemtoon op de laatste lettergreep: Madrid, hablar, español.
Met deze twee regels weet je bij bijna elk woord waar de klemtoon ligt, ook als je het nog nooit hebt gehoord. Twijfel je, tel dan de lettergrepen terug vanaf het eind.
Het accentteken: hier ligt de klemtoon anders
Volgt een woord die regels niet, dan krijgt de klinker met de klemtoon een accent. Málaga eindigt op een klinker, maar de klemtoon ligt niet op la. Información eindigt op een n, maar de klemtoon ligt op de laatste lettergreep. Ligt de klemtoon op de derde lettergreep van achteren, dan staat er altijd een accent, zoals in teléfono en Córdoba. Het accent staat er dus niet voor de sier: het zegt je precies welke lettergreep je het hardst zegt. In het Spaans heet het accent tilde. Hoe de andere Spaanse leestekens heten, lees je bij het Spaanse alfabet.
Een accent kan de betekenis veranderen
Soms is het accent het enige verschil tussen twee woorden. Bij papá en papa verschuift ook de klemtoon: papá is je vader, el papa is de paus. Zo gaat het ook bij hablo (ik spreek) en habló (hij sprak). Bij korte woorden verandert de klank niet, maar zie je aan het accent welk woord het is: tú (jij) en tu (jouw), él (hij) en el (de). Ook vraagwoorden krijgen een accent: ¿qué?, ¿cómo?, ¿dónde? Dat accent verplaatst de klemtoon niet. Zo zie je het verschil met hetzelfde woord zonder vraag: que (dat), como (zoals) en donde (waar).
Hoe spreek je de c en de z uit in het Spaans?
Bij de uitspraak van Spaanse woorden zijn het vooral de medeklinkers die anders klinken dan in het Nederlands: de c en de z, de g en de j, qu en gu, de ñ, de ll en de y, de h, de r, de b en de v. Hoe die letters heten, lees je bij het Spaanse alfabet. Hier oefen je de klank in woorden. Voor a, o en u is de c een k: caja, cobrar, Cuba. Voor e en i zeg je in Spanje een zachte th, zoals in het Engelse think: ciudad, Barcelona. De z klinkt altijd zo: Zaragoza. Ook in gracias hoor je die th en in cenicero (asbak) zelfs twee keer. Leg het puntje van je tong tussen je tanden en blaas zacht: dan zit je goed.
Hoe spreek je de g en de j uit in het Spaans?
De j klinkt als onze g, maar krachtiger, achter in je keel: Jerez, el ajo. Voor een e of een i klinkt de g precies zo: Gerona, giro. Voor een a, o, u of een medeklinker is de g hard, zoals in het Engelse go: gol, guapo, gracias. Die harde g missen Nederlanders het vaakst. Gazpacho begint dus niet met onze g, maar met de g van go. In Rioja hoor je de j als onze g: ri-o-ga.
Qu en gu: de u die je niet hoort
In que en qui hoor je de u niet: queso klinkt als keso en aquí als akie. Zo werkt het ook bij gue en gui. Daar zorgt de u er alleen voor dat de g hard blijft: hamburguesa zeg je met de g van go en de u hoor je niet. Voor een a of een o hoor je de u wel, als een korte w, zoals in guapo. Moet je de u ook voor een e of een i horen, dan krijgt hij twee puntjes, zoals in pingüino.
De ñ, de ll, de y en de ch
De ñ klinkt als nj, zoals in ons woord Spanje: España, los niños. De ll en de y klinken in bijna heel Spanje hetzelfde, als onze j, maar vaak wat steviger: la llave (de sleutel), el pollo (de kip), yo. Staat de y alleen, als het woordje y (en), of aan het eind van een woord, dan klinkt hij als i. De ch is de tsj van chocolate.
De h zeg je nooit
De Spaanse h is altijd stom, ook midden in een woord: ahora (nu) klinkt als a-o-ra. Nederlanders zeggen hem uit gewoonte toch, vooral in woorden die op het Nederlands lijken, zoals Holanda en hotel. Let op hue: omdat je de h niet zegt, klinkt huevo (ei) ongeveer als webo.
Hoe spreek je de Spaanse r uit?
De Spaanse r maak je met het puntje van je tong, vlak achter je boventanden, niet achter in je keel. Een enkele r midden in of aan het eind van een woord tik je één keer kort aan: el toro (de stier), hablar. De rr rol je een paar keer: la torre (de toren), Torremolinos. Een r aan het begin van een woord, of na een n, l of s, rol je ook: Ronda, Enrique. Wil je het verschil tussen pero (maar) en perro (hond) horen? Dat staat bij het Spaanse alfabet. Oefenen kan met de tongbrekers verderop.
Hoe spreek je de v uit in het Spaans?
De Spaanse v klinkt precies als de b. Een klank zoals onze v of de Engelse v bestaat in het Spaans niet. Aan het begin van een zin en na een m of n is die b hard: vamos, Valencia. Tussen twee klinkers wordt hij zachter, je lippen raken elkaar dan bijna niet: Sevilla, nueve, la bebida. Vale, het woordje voor oké dat je in Spanje de hele dag hoort, klinkt dus als bale.
Hoe spreek je … uit? Bekende Spaanse namen en gerechten
Met de regels op deze pagina kun je elk Spaans woord lezen. Toch zoeken veel mensen hoe je een plaats of een gerecht uitspreekt. Málaga, Sevilla, Valencia en gazpacho staan hierboven al. Hieronder nog een paar bekende namen, met hoe ze ongeveer klinken. De lettergreep met de klemtoon staat in hoofdletters.
Spaanse uitspraak oefenen met tongbrekers
De Spaanse uitspraak oefen je het best door te luisteren en hardop na te zeggen. Begin langzaam en ga pas sneller als elke klank goed zit. Spanjaarden oefenen zelf met trabalenguas, tongbrekers. De eerste hieronder is goed voor de tr, de tweede voor de rr en de r aan het begin van een woord. De derde is voor de k-klank en de b tussen twee klinkers.
Spreek je Spaans? Handige zinnen over uitspraak
Spreek je Spaans is in het Spaans ¿Hablas español? Spreek je iemand met u aan, dan zeg je ¿Habla usted español? Met de zinnen hieronder vraag je hoe je iets uitspreekt en of iemand het nog een keer wil zeggen.
Veelgestelde vragen over de Spaanse uitspraak
Hoe leer je de Spaanse uitspraak?
Begin bij de vijf klinkers en de twee regels voor de klemtoon. Leer daarna de medeklinkers die anders klinken dan in het Nederlands, zoals de j, de ll en de r. Het Spaans spreek je bijna altijd uit zoals je het schrijft, dus met die regels kun je elk woord lezen. Luister veel, zeg alles hardop na en oefen met tongbrekers.
Is de Spaanse uitspraak moeilijk voor Nederlanders?
Dat valt mee. De meeste klanken ken je al en de spelling is heel regelmatig. Lastig zijn vooral de gerolde rr, de th van de c en de z, de harde g, plus klinkers die je in het Nederlands anders leest, zoals eu en ui.
Hoe spreek je de v uit in het Spaans?
Als een b. Vamos klinkt als bamos en vale als bale. Tussen twee klinkers is die b zachter: je lippen raken elkaar dan bijna niet.
Waar ligt de klemtoon in een Spaans woord?
Eindigt een woord op een klinker, een n of een s, dan op de voorlaatste lettergreep: Granada. Eindigt het op een andere medeklinker, dan op de laatste: Madrid. Wijkt een woord daarvan af, dan staat er een accent op de klinker met de klemtoon: Málaga.
Wat doet het accent op een Spaanse klinker?
Het laat zien waar de klemtoon ligt als een woord de gewone regels niet volgt, zoals in teléfono. Soms maakt het ook het verschil tussen twee woorden: papá (vader) en papa (paus), of tú (jij) en tu (jouw). In het Spaans heet het accent tilde.
Hoe spreek je de c en de z uit in het Spaans?
Voor a, o en u is de c een k. Voor e en i, net als bij de z, zeg je in het grootste deel van Spanje een zachte th, zoals in het Engelse think: gracias, Zaragoza. In Andalusië, op de Canarische Eilanden en in Latijns-Amerika klinkt die klank meestal als een s.
Hoe spreek je de y uit in het Spaans?
Meestal als onze j: yo klinkt als jo. Aan het eind van een woord en als los woordje y (en) klinkt hij als i, zoals in muy en hoy. De ll klinkt in bijna heel Spanje hetzelfde als de y.
Hoe zeg je "spreek je Spaans?" in het Spaans?
¿Hablas español? Spreek je iemand met u aan, dan zeg je ¿Habla usted español? Je antwoordt bijvoorbeeld met hablo un poco de español: ik spreek een beetje Spaans.
Wil je verder na de uitspraak?
In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.
Download het gratis e-bookZelfstandig Spaans leren
Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.
Meer hierover op het blog
Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.
-
¡Por fin! Espaans.nl is vernieuwd
Espaans.nl is vernieuwd: gratis Spaanse lessen met uitspraak, oefeningen die je meteen nakijkt en nieuwe blogberichten. En Wonen in Spanje komt eraan.
-
Welke talen spreken ze in Spanje?
Spanje heeft vijf officiële talen. Waar spreken ze wat, is Catalaans een dialect en red je je overal met Spaans? Met cijfers per regio en een quiz.
Oefening
