Naar de inhoud

Spaanse werkwoorden vervoegen Los verbos españoles

Kies een werkwoord en je ziet alle vormen in negen tijden, met de Nederlandse vertaling erbij. Regelmatige werkwoorden volgen een vast patroon: leer je één werkwoord op -ar, dan ken je ze allemaal.

De regelmatige uitgangen in de presente

Haal -ar, -er of -ir van het werkwoord af en zet de uitgang erachter.

Persoon -ar (hablar) -er (comer) -ir (vivir)
yo hablo como vivo
tú hablas comes vives
él, ella habla come vive
nosotros hablamos comemos vivimos
vosotros habláis coméis vivís
ellos, ellas hablan comen viven

Meer over werkwoorden