De Spaanse vraagwoorden op een rij
Met een vraagwoord (palabra interrogativa) vraag je naar iets wat je nog niet weet: wat, wie, welke, wanneer, waar, hoe, hoeveel of waarom. In het Spaans staat het vraagwoord bijna altijd vooraan in de vraag en het heeft altijd een accent. De meeste vraagwoorden veranderen nooit. Alleen quién en cuál hebben een meervoud (quiénes en cuáles). Cuánto past zich aan het woord erna aan.
Wat in het Spaans: qué
Wat is in het Spaans qué. Je vraagt ermee naar een ding, een handeling of een betekenis: ¿Qué es esto? (Wat is dit?) en ¿Qué haces? (Wat doe je?). Staat er een zelfstandig naamwoord achter, dan betekent qué welk of welke: ¿Qué hora es? is letterlijk "welk uur is het?", dus hoe laat is het. Met een voorzetsel ervoor maak je ¿de qué? (waarover, waarvan) en ¿para qué? (waarvoor). Qué heeft geen meervoud: ook als je naar meer dingen vraagt, blijft het qué. En ¿Qué tal? is geen wat-vraag: het betekent hoe is het, of hoe gaat het.
Wie in het Spaans: quién en quiénes
Wie is quién. Vraag je naar meer personen, dan gebruik je het meervoud quiénes en het werkwoord gaat mee: ¿Quién es? (Wie is het?) en ¿Quiénes son? (Wie zijn het?). Met een voorzetsel ervoor vraag je ¿de quién? (van wie), ¿con quién? (met wie) en ¿a quién? (aan wie, wie).
Welke in het Spaans: cuál en cuáles
Welke is cuál en als het om meer dingen gaat cuáles. Je gebruikt het als je een keuze maakt uit een groep: ¿Cuál prefieres? (Welke heb je liever?). Voor es en son vertaal je cuál meestal met wat: ¿Cuál es su asiento? (Wat is uw zitplaats?). Staat er direct een zelfstandig naamwoord achter, dan zeg je in Spanje qué: ¿Qué libro quieres? (Welk boek wil je?).
Wanneer in het Spaans: cuándo
Wanneer is cuándo. Je vraagt ermee naar een dag of een moment: ¿Cuándo es tu cumpleaños? (Wanneer ben je jarig?). Met een voorzetsel ervoor vraag je ¿desde cuándo? (sinds wanneer) en ¿hasta cuándo? (tot wanneer). Wil je het precieze tijdstip weten, dan vraag je liever ¿a qué hora? (hoe laat, om hoe laat). Zonder accent is cuando geen vraagwoord: cuando llueve betekent als het regent.
Waar in het Spaans: dónde, adónde en de dónde
Waar is dónde: ¿Dónde está el baño? (Waar is de wc?). Ga je ergens naartoe, dan vraag je adónde, waarheen: ¿Adónde vas? (Waar ga je naartoe?). Je mag het ook los schrijven, ¿a dónde vas? Vraag je waar iets of iemand vandaan komt, dan zeg je de dónde: ¿De dónde eres? (Waar kom je vandaan?). Meer voorbeelden, ook van donde zonder accent, vind je in het blog Donde, dónde en adónde.
Hoe in het Spaans: cómo
Hoe is cómo. Je vraagt ermee hoe iets gaat of hoe iemand zich voelt: ¿Cómo estás? (Hoe gaat het met je?). Ook hoe iemand heet, vraag je met cómo: ¿Cómo te llamas? Weet je een woord niet, dan vraag je: ¿Cómo se dice … en español? En heb je iets niet verstaan, dan is ¿Cómo? alleen al genoeg: wat zeg je? Let op: voor hoe laat is het en hoe oud ben je gebruik je geen cómo. Je zegt ¿Qué hora es? en ¿Cuántos años tienes?
Hoeveel in het Spaans: cuánto, cuánta, cuántos en cuántas
Hoeveel is cuánto. Staat er een zelfstandig naamwoord achter, dan past cuánto zich daaraan aan: cuánto bij een mannelijk woord, cuánta bij een vrouwelijk woord en cuántos en cuántas in het meervoud. Zonder zelfstandig naamwoord blijft het cuánto: ¿Cuánto cuesta? (Hoeveel kost het?). Hoe oud iemand is, vraag je in het Spaans met hoeveel jaren heb je: ¿Cuántos años tienes?
Waarom in het Spaans: por qué
Waarom is por qué: twee woorden, met een accent op de e. ¿Por qué estudias español? betekent waarom leer je Spaans? Het antwoord begint vaak met porque, één woord zonder accent, en dat betekent omdat: Porque me gusta, omdat ik het leuk vind. Vraag je naar het doel, dan zeg je ook wel ¿para qué? (waarvoor).
Vraagwoorden in een indirecte vraag
Een vraagwoord kan ook midden in een zin staan, zonder vraagteken: No sé dónde está, ik weet niet waar het is. Dat heet een indirecte vraag. Ook dan schrijf je het vraagwoord met accent. Zulke zinnen beginnen vaak met no sé (ik weet niet), dime (zeg me), ¿sabes…? (weet je…?) of no entiendo (ik begrijp niet).
Veelgebruikte vragen in het Spaans
Met deze vragen kom je op reis en in een eerste gesprek al een heel eind. Een vraag is una pregunta en een vraag stellen is hacer una pregunta. Een Spaanse vraag kan ook zonder vraagwoord: ¿Hablas inglés? (Spreek je Engels?). De woordvolgorde is dan dezelfde als in een gewone zin. Dat het een vraag is, hoor je aan je stem, die aan het eind omhooggaat.
Test jezelf
Beantwoord de vragen. Je krijgt direct feedback.
Veelgestelde vragen over de Spaanse vraagwoorden
Hoe zeg je wat in het Spaans?
Wat is qué, met een accent: ¿Qué es esto? (Wat is dit?). Vraag je naar een gegeven zoals een naam of een adres, dan zeg je voor es of son cuál: ¿Cuál es tu dirección? (Wat is je adres?).
Welke vraagwoorden zijn er in het Spaans?
De Spaanse vraagwoorden zijn qué (wat), quién en quiénes (wie), cuál en cuáles (welke), cuándo (wanneer), dónde (waar), adónde (waarheen), cómo (hoe), cuánto (hoeveel) en por qué (waarom). Ze hebben allemaal een accent.
Heeft qué een meervoud?
Nee, qué blijft altijd hetzelfde, ook als je naar meer dingen vraagt: ¿Qué libros quieres? (Welke boeken wil je?). Alleen quién (quiénes), cuál (cuáles) en cuánto (cuánta, cuántos, cuántas) veranderen.
Wat is het verschil tussen qué en cuál?
Met qué vraag je naar een uitleg of betekenis (¿Qué es una tapa?) en qué zet je ook direct voor een zelfstandig naamwoord (¿Qué color?). Met cuál kies je uit een groep of vraag je naar een gegeven: ¿Cuál prefieres? en ¿Cuál es tu nombre?
Wat is het verschil tussen por qué en porque?
Por qué, twee woorden met accent, betekent waarom en gebruik je in een vraag. Porque, één woord zonder accent, betekent omdat en gebruik je in het antwoord: ¿Por qué estudias español? Porque me gusta.
Waarom hebben Spaanse vraagwoorden een accent?
Het accent laat zien dat het woord een vraagwoord is. Zonder accent is het een ander woord: que (dat), donde (waar, in een gewone zin), cuando (als) en como (zoals). Ook in een indirecte vraag zonder vraagteken schrijf je het accent: No sé dónde está.
Waarom begint een Spaanse vraag met een omgekeerd vraagteken?
Met het omgekeerde vraagteken ¿ zie je meteen waar de vraag begint. Dat is handig, want een Spaanse vraag heeft vaak dezelfde woordvolgorde als een gewone zin: ¿Hablas inglés? Aan het eind staat het gewone vraagteken. Uitroepen werken net zo, met ¡ en !.
Hoe zeg je wanneer, waar en hoe in het Spaans?
Wanneer is cuándo, waar is dónde en hoe is cómo. Vraag je waarheen, dan zeg je adónde en waarvandaan is de dónde: ¿De dónde eres? (Waar kom je vandaan?). Meer vragen met dónde, zoals ¿Dónde estás? en ¿Adónde vas?, hoor je in het blog Donde, dónde en adónde.
Wil je verder met vragen stellen in het Spaans?
In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.
Download het gratis e-bookZelfstandig Spaans leren
Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.
Meer hierover op het blog
Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.
-
Por qué, porque, por que & porqué
Por qué gebruik je voor waarom, porque voor omdat. Je leert ook wanneer je por que en porqué schrijft, met voorbeeldzinnen en een korte oefening.
Oefening
-
Gebruik van 'donde' (waar) en aanverwante woorden
Dónde met accent gebruik je in vragen, donde zonder accent in zinnen als la casa donde nació. Zo werken ook adonde en adónde, met voorbeeldzinnen.
