Naar de inhoud

De kleuren Los colores

De kleuren in het Spaans zijn onder andere rojo (rood), amarillo (geel), azul (blauw), verde (groen), morado (paars), naranja (oranje), rosa (roze), marrón (bruin), negro (zwart), blanco (wit) en gris (grijs). Hieronder hoor je bij elke kleur de uitspraak en leer je hoe een kleur zich aanpast aan het woord waar hij bij hoort: el coche rojo, maar la casa roja. Klik op een kaart om hem te horen, en zet “Toon vertaling” uit als je jezelf wilt overhoren.

Geel, rood en blauw in het Spaans

Geel in het Spaans is amarillo, rood is rojo en blauw is azul. Amarillo en rojo eindigen op een o en veranderen mee met het woord waar ze bij horen: un coche amarillo, una casa amarilla, los tomates rojos. Azul eindigt op een medeklinker en blijft bij een vrouwelijk woord gelijk: el mar azul, la camisa azul. Alleen in het meervoud komt er -es achter: los ojos azules.

Paars, oranje en groen in het Spaans

Paars is in het Spaans morado, oranje is naranja en groen is verde. Voor paars zeggen Spanjaarden bijna altijd morado. Violeta is een lichtere, blauwere tint, zoals violet bij ons, en lila is lila. Naranja is ook de sinaasappel; als kleur verandert het daarom niet mee: un coche naranja, una camiseta naranja. Verde is voor mannelijk en vrouwelijk gelijk en wordt in het meervoud verdes.

Bruin, zwart, wit en grijs in het Spaans

Bruin in het Spaans is marrón, zwart is negro, wit is blanco en grijs is gris. Negro en blanco veranderen mee: un gato negro, una camisa blanca. Marrón en gris blijven bij een vrouwelijk woord gelijk en krijgen alleen in het meervoud -es: los zapatos marrones, las nubes grises. Marrones schrijf je zonder accent. Beige is in het Spaans ook beige.

Roze, goud en zilver in het Spaans

Roze is in het Spaans rosa, net als de bloem (la rosa). Als kleur verandert rosa daarom niet mee: un vestido rosa, una falda rosa. Goudkleurig is dorado en zilverkleurig is plateado. Die veranderen wel mee: una cadena dorada. Bedoel je het metaal, dan zeg je el oro (goud) en la plata (zilver). Een gouden ring is un anillo de oro.

Blond in het Spaans: rubio, en de kleur van haar en ogen

Blond is in het Spaans rubio, en bij een vrouw rubia. Voor haar en ogen gebruik je soms andere woorden dan de gewone kleuren. Bruin haar is pelo castaño, en iemand met donker haar is moreno of morena. Dat woord betekent ook bruin van de zon. Iemand met rood haar is pelirrojo of pelirroja. Bruine ogen zijn gewoon ojos marrones. Meer woorden voor iemands uiterlijk vind je in de les fysieke eigenschappen.

Licht en donker: azul claro en azul oscuro

Licht is claro en donker is oscuro. Je zet ze achter de kleur: lichtblauw is azul claro en donkergroen is verde oscuro. In zo'n combinatie laat je allebei de woorden meestal zoals ze zijn, ook bij een vrouwelijk woord of in het meervoud: una camisa azul claro, unos pantalones verde oscuro. Dat raadt de RAE ook aan. Marineblauw is azul marino, en ook dat blijft altijd gelijk.

Mannelijk, vrouwelijk en meervoud: rojo, roja, rojos en rojas

Een kleur is in het Spaans een bijvoeglijk naamwoord. Hij past zich aan het woord aan waar hij bij hoort: mannelijk of vrouwelijk, enkelvoud of meervoud. Kleuren op een o hebben daarom vier vormen: rojo, roja, rojos en rojas. Zo werken ook amarillo, blanco, negro, morado en rubio. Kleuren op een e of een medeklinker hebben er maar twee, want mannelijk en vrouwelijk zijn gelijk: verde en verdes, azul en azules, gris en grises. Meer over deze regels lees je in de lessen mannelijk en vrouwelijk en enkelvoud en meervoud.

Kleuren die niet veranderen: naranja, rosa en violeta

Sommige kleuren zijn eigenlijk de naam van iets anders: naranja (sinaasappel), rosa (roos), violeta (viooltje) en lila. Die krijgen nooit een vrouwelijke vorm. Je zegt dus un coche rosa en una camiseta naranja, nooit roso of naranjo. In het meervoud mag het volgens de RAE allebei: camisetas rosas en camisetas rosa. In Spanje hoor je het vaakst de vorm met een s. Zet je de color ervoor, dan blijft de kleur altijd gelijk: unos calcetines de color naranja. Marrón heeft ook geen vrouwelijke vorm, maar krijgt in het meervoud wel -es: unos zapatos marrones.

¿De qué color es? Zo vraag je naar een kleur

Naar een kleur vraag je met ¿de qué color es?, letterlijk: van welke kleur is het? Gaat het om meer dingen, dan wordt het ¿de qué color son? Je antwoordt met es of son en de kleur: es rojo, son verdes. Je kunt ook zeggen es de color rojo. In een winkel vraag je ¿lo tienen en otro color? Meer woorden voor in de winkel vind je in de les kleding.

Video: los colores

Los colores en español, van het YouTube-kanaal espanolxxi. Een video om de kleuren te oefenen; hij is niet van Espaans.

Test jezelf

Beantwoord de vragen. Je krijgt direct feedback.

Veelgestelde vragen over de kleuren in het Spaans

Wat zijn de kleuren in het Spaans?

Rood is rojo, geel amarillo, blauw azul, groen verde, paars morado, oranje naranja, roze rosa, bruin marrón, zwart negro, wit blanco en grijs gris. Het woord voor kleur is el color, en de kleuren zijn los colores.

Wat is geel in het Spaans?

Geel is amarillo. Bij een vrouwelijk woord wordt het amarilla (una casa amarilla), en in het meervoud amarillos of amarillas.

Hoe zeg je paars in het Spaans?

Paars is morado, en bij een vrouwelijk woord morada: una flor morada. Violeta is een lichtere tint, zoals violet, en lila is lila.

Hoe zeg je rood, blauw en bruin in het Spaans?

Rood is rojo, blauw is azul en bruin is marrón. Voor bruin haar zeg je pelo castaño, en bruin van de zon is moreno.

Waarom zeg je una casa roja maar una camisa azul?

Een kleur past zich aan het woord aan waar hij bij hoort. Kleuren op een o krijgen bij een vrouwelijk woord een a: rojo wordt roja. Kleuren op een e of een medeklinker, zoals verde, azul en gris, blijven gelijk en krijgen alleen in het meervoud een s of -es.

Is het camisetas rosa of camisetas rosas?

Volgens de RAE is allebei goed.Rosa, naranja en violeta krijgen nooit een vrouwelijke vorm, maar in het meervoud mag er een s achter. In Spanje hoor je meestal camisetas rosas.

Hoe zeg je lichtblauw en donkerblauw in het Spaans?

Lichtblauw is azul claro en donkerblauw is azul oscuro. Die combinatie blijft meestal gelijk, ook bij een vrouwelijk woord: una camisa azul claro. Marineblauw is azul marino.

Hoe vraag je in het Spaans welke kleur iets heeft?

Met ¿de qué color es? en bij meer dingen ¿de qué color son? Het antwoord is bijvoorbeeld es azul of son negros.

Wil je verder na de kleuren?

In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.

Download het gratis e-book
Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.

Meer hierover op het blog

Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.