Naar de inhoud

Mannelijk en vrouwelijk Masculino y femenino

In het Spaans is elk zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk. Dat zie je aan het lidwoord: el en un staan voor een mannelijk woord, la en una voor een vrouwelijk woord. Vaak verraadt ook de uitgang het geslacht. Hieronder leer je de lidwoorden, de regels en de uitzonderingen, het meervoud en hoe een bijvoeglijk naamwoord meebuigt. Klik op een kaart om het woord te horen, en zet “Toon vertaling” uit als je jezelf wilt overhoren.

Lidwoorden in het Spaans: el, la, un en una

Het Spaans heeft acht lidwoorden. Welk lidwoord je gebruikt, hangt af van het woord erna: is het mannelijk of vrouwelijk, en is het enkelvoud of meervoud? Voor de en het (het bepaald lidwoord) zijn er vier vormen:

  • el: mannelijk enkelvoud, el libro (het boek);
  • la: vrouwelijk enkelvoud, la casa (het huis);
  • los: mannelijk meervoud, los libros (de boeken);
  • las: vrouwelijk meervoud, las casas (de huizen).

Het Nederlandse een is un bij een mannelijk woord en una bij een vrouwelijk woord: un libro, una casa. In het meervoud worden dat unos en unas, en die betekenen "een paar" of "enkele": unos libros zijn een paar boeken. Voor een getal betekent unos "ongeveer": unos veinte años, ongeveer twintig jaar.

Man en vrouw in het Spaans: el hombre y la mujer

Bij mensen is het geslacht van het woord meestal gelijk aan dat van de persoon. Man is el hombre en vrouw is la mujer. In het meervoud zijn dat los hombres en las mujeres. Meneer en mevrouw zijn el señor en la señora. Mensen in het algemeen zijn la gente of las personas. Let op: la gente is enkelvoud, dus je zegt la gente es muy simpática, de mensen zijn heel aardig. Bedoel je je eigen man of vrouw, dan zeg je mi marido en mi mujer. Meer daarover lees je in de les De familie, het gezin.

Jongen en meisje: el chico y la chica

Veel woorden voor mensen hebben een mannelijke vorm op -o en een vrouwelijke vorm op -a. Een jongen is el chico en een meisje la chica; in Spanje gebruik je die woorden ook voor jonge volwassenen. Een kind is el niño als het een jongen is en la niña als het een meisje is. Zo gaat het ook bij el amigo en la amiga, de vriend en de vriendin. Een groep jongens en meisjes samen zijn los chicos: bij een gemengde groep kies je de mannelijke vorm.

Het zelfstandig naamwoord: mannelijk op -o, vrouwelijk op -a

Een zelfstandig naamwoord (el sustantivo) is een woord voor een persoon, dier, ding of begrip. In het Spaans is elk zelfstandig naamwoord mannelijk (masculino) of vrouwelijk (femenino), ook als het om een ding gaat. Bij dingen is het geslacht een eigenschap van het woord: een stoel is niet echt vrouwelijk. Gelukkig zie je het vaak aan de uitgang. De vuistregel is:

  • woorden op -o zijn meestal mannelijk: el tiempo, el vaso;
  • woorden op -a zijn meestal vrouwelijk: la silla, la ventana.

Het geslacht hoort bij het woord en niet bij de persoon: la persona blijft vrouwelijk, ook als je het over een man hebt.

Uitzonderingen: el día, el mapa, la mano en la foto

Op de regel van -o en -a bestaan uitzonderingen, en een paar daarvan gebruik je elke dag. El día (de dag) en el mapa (de kaart) eindigen op -a, maar zijn mannelijk. Dat geldt ook voor el planeta en el poeta. Je zegt dus buenos días. Andersom is la mano (de hand) vrouwelijk, hoewel het op -o eindigt. La foto, la moto en la radio zijn ingekorte woorden. Ze houden het geslacht van het lange woord: la fotografía, la motocicleta en la radiodifusión. Daarom zeg je una foto bonita.

Woorden op -ma: el problema, el tema en el idioma

Veel woorden op -ma komen uit het Grieks, en die zijn mannelijk: el problema, el programa, el tema, el sistema, el idioma (de taal) en el clima. Je zegt dus no hay problema en un problema serio, en nooit la problema. Toch is niet elk woord op -ma mannelijk. Woorden die niet uit het Grieks komen, zoals la cama (het bed), la forma (de vorm) en la crema, zijn wel vrouwelijk.

Woorden op -e: el coche of la noche?

Bij woorden op -e helpt de uitgang je niet, want ze kunnen mannelijk en vrouwelijk zijn. El coche (de auto), el café en el parque zijn mannelijk. La noche (de nacht), la leche (de melk) en la llave (de sleutel) zijn vrouwelijk, net als la gente. Hier moet je het lidwoord dus echt uit je hoofd leren. Veel woorden voor personen op -nte zijn mannelijk en vrouwelijk tegelijk, net als de woorden op -ista verderop: el estudiante is de student en la estudiante de studente.

Woorden op -ción, -sión, -dad en -tud zijn vrouwelijk

Een paar uitgangen wijzen bijna altijd op een vrouwelijk woord: -ción, -sión, -dad, -tad en -tud. Denk aan la canción (het lied), la televisión, la ciudad, la libertad en la juventud. Veel van die woorden lijken op het Nederlands: -ción is vaak -tie (la acción, de actie), en -dad is vaak -heid of -teit (la verdad, de waarheid; la universidad, de universiteit). Ook abstracte woorden op -ez zijn vrouwelijk, zoals la honradez (de eerlijkheid) en la vejez (de ouderdom). Let op: el pez (de vis), el ajedrez (het schaken) en el jerez (de sherry) zijn mannelijk.

Mannelijke uitgangen: -or, -aje, -ismo en -miento

Andere uitgangen wijzen juist op een mannelijk woord: -or, -aje, -ismo, -mento en -miento. Voorbeelden zijn el color, el viaje (de reis), el turismo, el momento en el ayuntamiento (de gemeente, het gemeentehuis). Bekende uitzonderingen op -or zijn la flor (de bloem) en la labor (het werk). Bij beroepen op -or bestaat er ook een vrouwelijke vorm op -ora: el profesor en la profesora, el doctor en la doctora.

Woorden op -ista: el periodista en la periodista

Woorden op -ista kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. Het woord blijft hetzelfde; alleen het lidwoord verandert. Zo is het ook bij el turista en la turista, en bij el artista en la artista.

Mannetje en vrouwtje bij dieren

Net als in het Nederlands hebben veel dierennamen in het Spaans een mannelijke en een vrouwelijke vorm. Vaak gaat dat met -o en -a, zoals bij el perro en la perra. Soms is het vrouwtje een heel ander woord: het vrouwtje van el caballo is la yegua. Meer dieren vind je in de les Dieren.

Eén woord voor mannetje en vrouwtje

Veel dieren hebben maar één woord, met een vast geslacht. El ratón is altijd mannelijk en la araña altijd vrouwelijk, of het nu een mannetje of een vrouwtje is. Wil je het verschil toch aangeven, dan zet je er macho (mannetje) of hembra (vrouwtje) achter: la araña macho, el ratón hembra.

Het meervoud: -s of -es, en z wordt ces

Het meervoud maak je in het Spaans met -s of -es, en het lidwoord gaat mee: el wordt los en la wordt las.

  • Eindigt het woord op een klinker, dan komt er -s achter: la casa, las casas; el café, los cafés.
  • Eindigt het op een medeklinker, dan komt er -es achter: el árbol, los árboles; la ciudad, las ciudades.
  • Een z aan het eind wordt ces: el lápiz, los lápices; la luz, las luces; el pez, los peces.

Let op het accent. Bij la canción valt het in het meervoud weg: las canciones. Bij el joven komt er juist een bij: los jóvenes. Woorden die op -s eindigen zonder klemtoon op de laatste lettergreep, blijven gelijk: el lunes, los lunes. Meer voorbeelden vind je in de les Enkelvoud en meervoud.

Het bijvoeglijk naamwoord buigt mee: alto, alta, altos, altas

Een bijvoeglijk naamwoord (el adjetivo) zegt iets over een zelfstandig naamwoord, en in het Spaans past het zich daaraan aan: het krijgt hetzelfde geslacht en hetzelfde getal. Meestal staat het achter het woord: el chico alto, de lange jongen.

  • Eindigt het op -o, dan heeft het vier vormen: alto, alta, altos, altas.
  • Eindigt het op -e of een medeklinker, dan verandert alleen het getal: un libro interesante, una película interesante; un coche azul, unos coches azules.
  • Nationaliteiten op een medeklinker krijgen wel een -a: un chico español, una chica española.

Bij een groep mannen en vrouwen samen kies je de mannelijke vorm: Pedro y Ana son altos. Bij kleuren werkt het net zo, dat zie je in de les De kleuren.

El agua: el voor een beklemtoonde a

Agua (water) is een vrouwelijk woord, en toch zeg je el agua. Dat komt door de klank. Begint een vrouwelijk woord met een beklemtoonde a of ha, dan gebruik je in het enkelvoud el en un in plaats van la en una. Zo lopen de twee a-klanken niet in elkaar over. Je zegt ook el águila (de adelaar), el aula (het klaslokaal) en el hambre (de honger).

Het woord blijft wel vrouwelijk. Een bijvoeglijk naamwoord krijgt dus de vrouwelijke vorm: el agua fría, het koude water. Daarom zeg je ook tengo mucha hambre, ik heb veel honger. In het meervoud komt las gewoon terug: las aguas, las águilas. En ligt de klemtoon niet op de eerste a, dan blijft het la: la amiga, la almohada (het kussen).

El capital en la capital: zelfde woord, andere betekenis

Bij sommige woorden verandert de betekenis met het lidwoord. El capital is het kapitaal, het geld, maar la capital is de hoofdstad: Madrid es la capital de España. Zo is el cometa een komeet en la cometa een vlieger. El orden is de orde of de volgorde, la orden een bevel. El cura is de pastoor en la cura de genezing of de behandeling. Nog een voorbeeld is el frente (het front) tegenover la frente (het voorhoofd).

Letters zijn vrouwelijk, getallen mannelijk

In het Spaans zijn letters altijd vrouwelijk en getallen altijd mannelijk: la eñe en la equis, maar el uno en el tres. Bij letters geldt de regel van el agua niet: je zegt la a en la hache. Ook de dagen van de week en de namen van talen zijn mannelijk: el lunes, el español. Meer over de letters lees je in de les Het Spaanse alfabet.

Veelgestelde vragen over mannelijk en vrouwelijk in het Spaans

Wat zijn de lidwoorden in het Spaans?

Het Spaans heeft vier bepaalde lidwoorden: el (mannelijk enkelvoud), la (vrouwelijk enkelvoud), los (mannelijk meervoud) en las (vrouwelijk meervoud). Daarnaast zijn er vier onbepaalde: un, una, unos en unas. El libro is het boek, una casa een huis.

Wanneer gebruik je un en wanneer una?

Un zet je voor een mannelijk woord en una voor een vrouwelijk woord: un libro, una casa. Een uitzondering zijn vrouwelijke woorden die met een beklemtoonde a beginnen: je zegt un águila en un aula.

Hoe weet je of een Spaans woord mannelijk of vrouwelijk is?

Kijk naar de uitgang. Woorden op -o zijn meestal mannelijk en woorden op -a meestal vrouwelijk. Woorden op -ción, -sión, -dad en -tud zijn vrouwelijk, en woorden op -or, -aje en -ismo mannelijk. Bij woorden op -e en bij de uitzonderingen leer je het lidwoord gewoon uit je hoofd. In een woordenboek staat het geslacht bij elk zelfstandig naamwoord.

Is het el problema of la problema?

Het is el problema. Veel woorden op -ma komen uit het Grieks en zijn mannelijk, ook al eindigen ze op -a: el problema, el tema, el sistema en el idioma. Andere uitzonderingen op -a zijn el día en el mapa.

Waarom zeg je el agua en niet la agua?

Agua is vrouwelijk, maar begint met een beklemtoonde a. Dan gebruik je in het enkelvoud el in plaats van la, omdat dat beter klinkt. Het woord blijft wel vrouwelijk: el agua fría, las aguas.

Hoe zeg je man en vrouw in het Spaans?

Man is el hombre en vrouw is la mujer. In het meervoud zijn dat los hombres en las mujeres. Je eigen man of vrouw noem je mi marido en mi mujer. Mensen in het algemeen zijn la gente.

Hoe maak je het meervoud in het Spaans?

Na een klinker zet je er -s achter, na een medeklinker -es: la casa, las casas; la ciudad, las ciudades. Een z aan het eind wordt ces: el lápiz, los lápices. Het lidwoord gaat mee: el wordt los en la wordt las. Alle regels en uitzonderingen lees je in de les Enkelvoud en meervoud.

Verandert een bijvoeglijk naamwoord mee in het Spaans?

Ja. Een bijvoeglijk naamwoord krijgt hetzelfde geslacht en getal als het woord waar het bij hoort: el chico alto, la chica alta, los chicos altos, las chicas altas. Eindigt het op -e of een medeklinker, dan verandert alleen het getal: interesante wordt interesantes.

Wil je verder na mannelijk en vrouwelijk?

In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.

Download het gratis e-book
Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.