Naar de inhoud

Enkelvoud en meervoud Singular y plural

Enkelvoud is één: el libro, het boek. Meervoud is meer dan één: los libros, de boeken. In het Spaans maak je het meervoud meestal met -s of -es en het lidwoord gaat mee: el wordt los, la wordt las, un wordt unos en una wordt unas. Hieronder leer je de regels, de woorden die gelijk blijven of alleen in het meervoud bestaan en hoe een bijvoeglijk naamwoord meegaat. Klik op een kaart om het woord te horen. Zet “Toon vertaling” uit als je jezelf wilt overhoren.

Lidwoorden in het meervoud: los, las, unos en unas

Een zelfstandig naamwoord (el sustantivo) heeft in het Spaans bijna altijd een lidwoord en aan dat lidwoord zie je of het om één of om meer dingen gaat. Elk lidwoord heeft een eigen vorm voor het meervoud:

EnkelvoudMeervoudVoorbeeld
el (mannelijk)losel libro, los libros
la (vrouwelijk)lasla casa, las casas
un (mannelijk)unosun amigo, unos amigos
una (vrouwelijk)unasuna chica, unas chicas

In het Nederlands is het meervoud altijd de: de boeken, de huizen. In het Spaans kies je tussen los en las. Daarvoor moet je weten of een woord mannelijk of vrouwelijk is. Hoe je dat ziet, lees je in de les Mannelijk en vrouwelijk. Het lidwoord helpt ook bij woorden die in het meervoud niet veranderen: aan los in los lunes zie je dat het om meer maandagen gaat.

Het meervoud van la: las

Het meervoud van la is las. Je zet het voor een vrouwelijk woord in het meervoud: la casa wordt las casas, de huizen, en la página wordt las páginas. Het onbepaalde lidwoord una wordt in het meervoud unas: una casa, unas casas.

Ook bij el agua komt las terug: las aguas. Agua is vrouwelijk, maar in het enkelvoud zeg je el, omdat het woord met een beklemtoonde a begint. Meer daarover lees je in de les Mannelijk en vrouwelijk.

La is ook een voornaamwoord: la veo, ik zie haar. Ook daarvan is het meervoud las: las veo, ik zie ze (vrouwen of vrouwelijke dingen). Bij lo, hem of het, is dat los: los veo.

Het meervoud van el: los

Het meervoud van el is los: el libro wordt los libros, de boeken, en el coche wordt los coches, de auto's. Het onbepaalde lidwoord un wordt unos: un libro, unos libros.

Samentrekken doe je alleen in het enkelvoud. A + el wordt al en de + el wordt del, maar in het meervoud blijft het a los en de los: el precio de los zapatos, de prijs van de schoenen. Let ook op het accent: el is het lidwoord, él betekent hij. Het meervoud van él is ellos, zij.

Los padres: de ouders

El padre is de vader, maar los padres zijn meestal de ouders: de vader en de moeder samen. Dat komt door een vaste regel. Bij een groep mannen en vrouwen gebruik je in het Spaans de mannelijke vorm van het meervoud. Los hermanos kunnen dus broers zijn, maar ook broers en zussen. Los hijos zijn de kinderen, zonen en dochters samen, en los abuelos zijn opa en oma. Gaat het alleen om vrouwen, dan zeg je las: las hermanas, de zussen.

Zo zijn los reyes de koning en de koningin. Een achternaam blijft meestal gelijk: los García is de familie García. Meer woorden voor de familie vind je in de les De familie, het gezin.

Unos en unas: een paar, enkele

Het meervoud van un is unos en van una is het unas. Het Nederlandse een heeft geen meervoud. Daarom vertaal je unos en unas met een paar, enkele of wat: unos amigos zijn een paar vrienden, unas semanas een paar weken. Voor een getal betekent unos ongeveer: unos veinte años, ongeveer twintig jaar.

Vaak laat je unos en unas gewoon weg, net als in het Nederlands: tengo amigos en Madrid, ik heb vrienden in Madrid. Wil je nadruk leggen op enkele, dan hoor je ook algunos en algunas. Bij een woord dat alleen in het meervoud bestaat, betekent unas gewoon een: unas gafas is één bril.

Meervoud in het Spaans: -s of -es

Het meervoud maak je in het Spaans met -s of -es. Welke van de twee, hangt af van de laatste letter van het woord:

  • Eindigt het woord op een klinker, dan komt er -s achter: la casa, las casas; el coche, los coches. Dat geldt ook voor een klinker met een accent: el café, los cafés; el sofá, los sofás; el menú, los menús.
  • Eindigt het op een medeklinker, dan komt er -es achter: la flor, las flores; el tren, los trenes; el hotel, los hoteles.
  • Een y aan het eind telt als medeklinker: el rey, los reyes; la ley, las leyes.

Met -es krijgt het woord er een lettergreep bij: flor heeft er één, flo-res twee. Daardoor kun je het meervoud goed uitspreken. Drie regels gaan verder: een z aan het eind, een accent dat verschuift en woorden die gelijk blijven. Die lees je hieronder.

Woorden op -z: la vez, las veces

Eindigt een woord op een z, dan wordt die z in het meervoud een c en er komt -es achter: la vez wordt las veces, la voz wordt las voces. Dat is alleen een spellingregel. Voor een e of een i schrijf je in het Spaans bijna altijd een c en geen z. De klank blijft hetzelfde: in Spanje spreek je die c en z uit met de tong tussen de tanden, zoals de Engelse th. In Latijns-Amerika klinken ze als een s.

Je kent het meervoud van vez uit twee gewone woorden: a veces, soms, en muchas veces, vaak. Andere voorbeelden zijn el lápiz, los lápices en la luz, las luces; die staan in de les Mannelijk en vrouwelijk.

Accenten in het meervoud: canción, canciones en examen, exámenes

In het meervoud blijft de klemtoon op dezelfde lettergreep liggen. Omdat er een lettergreep bij komt, moet het accentteken soms weg en soms erbij. Een Spaans woord krijgt namelijk alleen een accent als de klemtoon anders ligt dan je volgens de regels zou verwachten.

  • Het accent valt weg bij woorden op -ión en bij andere woorden met de klemtoon op de laatste lettergreep die op -n of -s eindigen: la canción, las canciones; la estación, las estaciones; el autobús, los autobuses.
  • Er komt een accent bij bij woorden op -n met de klemtoon op de voorlaatste lettergreep: el examen, los exámenes; el joven, los jóvenes; la imagen, las imágenes.

Een accent op een i of u die je apart uitspreekt, blijft staan: el país, los países. En bij een paar woorden verschuift de klemtoon zelf: el carácter, los caracteres en el régimen, los regímenes. Hoe het accent werkt, lees je in de les Uitspraak in het Spaans.

Woorden die gelijk blijven: el lunes, los lunes

Sommige woorden veranderen in het meervoud niet. Het gaat om woorden die op een -s eindigen en de klemtoon niet op de laatste lettergreep hebben. Alleen het lidwoord laat dan zien of het enkelvoud of meervoud is: el lunes, los lunes; la crisis, las crisis.

  • de dagen van maandag tot en met vrijdag: el martes, los martes. Sábado en domingo krijgen gewoon een -s: los sábados, los domingos;
  • woorden op -is: la crisis, el análisis, la tesis;
  • samengestelde woorden: el paraguas (de paraplu), el cumpleaños (de verjaardag), el abrelatas (de blikopener).

Ligt de klemtoon wel op de laatste lettergreep, dan komt er gewoon -es achter: el mes, los meses. Met los voor een dag zeg je dat iets elke week gebeurt: los lunes voy al gimnasio, op maandag ga ik naar de sportschool. Meer over de dagen lees je in de les De dagen van de week.

Woorden die alleen in het meervoud bestaan: las gafas en las vacaciones

Een paar woorden gebruik je in het Spaans altijd in het meervoud, ook als het om één ding gaat. Een bril is las gafas en vakantie is las vacaciones. Het werkwoord en het bijvoeglijk naamwoord gaan dan ook in het meervoud: mis gafas son nuevas, mijn bril is nieuw. Op vakantie gaan is irse de vacaciones: nos vamos de vacaciones, we gaan op vakantie.

Zo werkt het ook bij las tijeras (de schaar), las afueras (de buitenwijken) en los alrededores (de omgeving). Een broek is meestal los pantalones, maar el pantalón mag ook. Andersom is la gente, de mensen, in het Spaans enkelvoud: la gente es muy simpática.

Het bijvoeglijk naamwoord gaat mee: las casas blancas

Staat een zelfstandig naamwoord in het meervoud, dan gaat het bijvoeglijk naamwoord mee. Daarvoor gelden dezelfde regels:

  • na een klinker -s: la casa blanca, las casas blancas; el libro interesante, los libros interesantes;
  • na een medeklinker -es: el coche azul, los coches azules; el chico español, los chicos españoles;
  • een z wordt ces: un niño feliz, unos niños felices.

Bij een groep mannelijke en vrouwelijke woorden kies je de mannelijke vorm: mi hermano y mi hermana son altos. Ook este en mi gaan mee: estos zapatos, deze schoenen, en mis amigos, mijn vrienden. Hoe een bijvoeglijk naamwoord zich aanpast aan mannelijk en vrouwelijk, lees je in de les Mannelijk en vrouwelijk.

Oefening: kies het juiste meervoud

Kies het juiste meervoud. Je ziet meteen of het klopt. Bij een fout krijg je nog een poging.

  1. 1. La flor, las   .
  2. 2. El sofá, los   .
  3. 3. La vez, las   .
  4. 4. La canción, las   .
  5. 5. El examen, los   .
  6. 6. El lunes, los   .
  7. 7.   gafas son nuevas.
  8. 8. Mi hermano y mi hermana son muy   .

Veelgestelde vragen over enkelvoud en meervoud in het Spaans

Wat is het meervoud van la in het Spaans?

Het meervoud van la is las: la casa, las casas. Het meervoud van una is unas. Ook het voornaamwoord la (haar) wordt in het meervoud las: las veo, ik zie ze.

Hoe maak je het meervoud in het Spaans?

Na een klinker zet je er -s achter en na een medeklinker -es: el coche, los coches; la flor, las flores. Een z wordt ces: la vez, las veces. Het lidwoord gaat mee: el wordt los en la wordt las.

Wat is het meervoud van un en una?

Un wordt unos en una wordt unas. Ze betekenen een paar of enkele: unos días, een paar dagen. Voor een getal betekent unos ongeveer: unos veinte años, ongeveer twintig jaar.

Wat is enkelvoud en meervoud in het Spaans?

Enkelvoud (el singular) is één: el libro, het boek. Meervoud (el plural) is meer dan één: los libros, de boeken. In het Spaans zie je het meervoud aan het lidwoord en meestal ook aan de -s of -es aan het eind.

Waarom betekent los padres de ouders?

Bij een groep mannen en vrouwen gebruik je de mannelijke vorm van het meervoud. Los padres zijn dus de vader en de moeder samen. Zo zijn los hermanos broers en zussen. Los abuelos zijn opa en oma.

Welke Spaanse woorden blijven in het meervoud gelijk?

Woorden die op een -s eindigen zonder klemtoon op de laatste lettergreep: el lunes, los lunes; la crisis, las crisis; el paraguas, los paraguas. Alleen het lidwoord verandert.

Waarom zeg je las gafas voor één bril?

Sommige woorden bestaan in het Spaans alleen in het meervoud, zoals las gafas (de bril), las vacaciones (de vakantie) en las tijeras (de schaar). Je zegt dus mis gafas son nuevas, mijn bril is nieuw.

Wat is het meervoud van que in het Spaans?

Qué heeft geen meervoud: ¿qué libros?, welke boeken? Ook que zonder accent blijft gelijk: los libros que leo, de boeken die ik lees. Wel een meervoud hebben quién (quiénes) en cuál (cuáles). Meer lees je in de les Vraagwoorden.

Wil je verder na enkelvoud en meervoud?

In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.

Download het gratis e-book
Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.

Meer hierover op het blog

Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.