Naar de inhoud

Spaanse teksten met vertaling: zo gaat het in Spanje

Wil je Spaans leren lezen zonder steeds een woordenboek te pakken? Begin dan met korte Spaanse teksten met vertaling. Hieronder vind je zeven teksten over gewone momenten in Spanje: je haalt brood bij de bakker, maakt kennis met de buren en bestelt een ontbijt in de bar. Daarna koop je een treinkaartje, ga je naar de apotheek, vraag je de weg en lees je een berichtje op een regenachtige zondag.

De eerste drie teksten zijn voor beginners (A1). De andere vier zijn iets langer en passen bij niveau A2. Naast elke alinea staat de Nederlandse vertaling. Onder elke tekst vind je drie vragen met het antwoord, een korte uitleg en een link naar de les die erbij hoort.

Alle teksten zijn in het Spaans zoals je het in Spanje hoort, dus ook met vosotros.

Zo haal je er het meeste uit

  1. Lees eerst de Spaanse tekst en kijk hoeveel je al begrijpt.
  2. Luister naar de tekst en lees mee.
  3. Kijk pas daarna naar de vertaling.
  4. Beantwoord de drie vragen zonder te spieken.
  5. Lees de tekst hardop. Zo oefen je meteen je uitspraak.

Op zoek naar nog een tekst om mee te beginnen? Lees dan ook ¡Hola, chicos! Me llamo Julia, waarin Julia zichzelf voorstelt.

Tekst 1 (A1): En la panadería

Niveau: A1 Spaanse tekst: 88 woorden

Het is acht uur 's ochtends. Lucía woont in Valencia. Elke dag koopt ze brood bij de bakker in haar straat. De bakkersvrouw heet Rosa en is heel aardig.

Rosa: Goedemorgen, Lucía! Wat mag het vandaag zijn?

Lucía: Goedemorgen, Rosa. Een stokbrood en twee croissants, alsjeblieft.

Rosa: Verder nog iets?

Lucía: Ja, ik wil ook een magdalena voor mijn zoon.

Rosa: Prima. Dat is dan drie euro vijftig.

Lucía: Alsjeblieft. Bedankt, tot morgen!

Lucía gaat terug naar huis. Haar zoon Pablo ligt nog in bed. Het ontbijt is klaar!

Een magdalena is een klein Spaans cakeje dat je vaak bij het ontbijt eet.

Vragen over de tekst

1. ¿Dónde vive Lucía? (Waar woont Lucía?)

Antwoord: En Valencia.

2. ¿Qué compra Lucía? (Wat koopt Lucía?)

Antwoord: Una barra de pan, dos cruasanes y una magdalena.

3. ¿Cuánto paga Lucía? (Hoeveel betaalt Lucía?)

Antwoord: Tres euros con cincuenta.

Wat leer je in deze tekst? Je bestelt iets met quiero en je verstaat een prijs als tres euros con cincuenta. Rosa vraagt ¿Qué te pongo?: dat hoor je in elke winkel en bar in Spanje. Oefen de bedragen in de les De getallen en de woorden voor je boodschappen in Inkopen doen.

Tekst 2 (A1): Los nuevos vecinos

Niveau: A1 Spaanse tekst: 108 woorden

Marta en Jaime zijn Nederlanders. Ze wonen nu in Málaga, in een appartement op de derde verdieping van een wit gebouw. Vandaag ontmoeten ze hun buurvrouw in de lift.

Carmen: Hallo! Zijn jullie de nieuwe buren van de derde?

Marta: Ja, dat zijn wij. Ik heet Marta en dit is Jaime.

Carmen: Aangenaam. Ik ben Carmen en ik woon op de vierde. Waar komen jullie vandaan?

Jaime: We komen uit Utrecht, een stad in het midden van Nederland.

Carmen: Wat leuk! Spreken jullie Spaans?

Marta: Een beetje. We leren elke week Spaans.

Carmen: Nou, jullie spreken het heel goed! Als jullie iets nodig hebben, weten jullie waar ik woon. Welkom!

Marta en Jaime zijn heel blij. Het is hun eerste gesprek in het Spaans met een buurvrouw!

Vragen over de tekst

1. ¿De dónde son Marta y Jaime? (Waar komen Marta en Jaime vandaan?)

Antwoord: De Utrecht. Son holandeses.

2. ¿En qué planta vive Carmen? (Op welke verdieping woont Carmen?)

Antwoord: En la cuarta planta.

3. ¿Hablan español Marta y Jaime? (Spreken Marta en Jaime Spaans?)

Antwoord: Sí, un poco. Estudian español todas las semanas.

Wat leer je in deze tekst? Je stelt jezelf voor met me llamo, soy en somos de. Carmen spreekt twee mensen tegelijk aan met vosotros: sois, habláis, necesitáis. Zo klinkt het in Spanje. Leer meer zinnen om kennis te maken in de les Begroeten en voorstellen. Bij Landen en nationaliteiten zie je waarom het holandés en holandesa is.

Tekst 3 (A1): El desayuno en el bar

Niveau: A1 Spaanse tekst: 102 woorden

Javier werkt op een kantoor in Sevilla. Elke ochtend om tien uur ontbijt hij met zijn collega Inés in de bar op de hoek.

Ober: Goedemorgen! Wat mag het zijn?

Inés: Voor mij een koffie verkeerd en een geroosterd broodje met tomaat.

Javier: Ik wil graag een cortado en een geroosterd broodje met ham, alsjeblieft.

Ober: Verder nog iets? Een sinaasappelsap?

Javier: Nee, dank je. Hoeveel is het?

Ober: Dat is zes euro tachtig.

In Spanje ontbijten veel mensen twee keer: eerst iets kleins thuis en daarna halverwege de ochtend in de bar. Javier en Inés kletsen even. Om half elf gaan ze terug naar kantoor.

Een cortado is een espresso met een scheutje melk.

Vragen over de tekst

1. ¿Dónde trabaja Javier? (Waar werkt Javier?)

Antwoord: En una oficina en Sevilla.

2. ¿Qué toma Inés? (Wat neemt Inés?)

Antwoord: Un café con leche y una tostada con tomate.

3. ¿Cuántas veces desayuna mucha gente en España? (Hoe vaak ontbijten veel mensen in Spanje?)

Antwoord: Dos veces: en casa y a media mañana en el bar.

Wat leer je in deze tekst? Je bestelt met para mí en yo quiero. De ober vraagt ¿Qué os pongo? aan twee mensen tegelijk: weer de vosotros-vorm. Let ook op Javier e Inés: voor een woord dat met een i-klank begint, wordt y een e. Meer zinnen voor de bar en het restaurant vind je in In een restaurant. Hoe je a las diez y media zegt, leer je bij De kloktijden.

Meer Spaans voor elke dag

In het gratis e-book vind je praktische tips, woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans. Je krijgt het meteen in je mail.

Download het gratis e-book

Tekst 4 (A2): Un billete de tren a Toledo

Niveau: A2 Spaanse tekst: 139 woorden

Zaterdag gaat Sofía met haar vriendin Clara naar Toledo. Ze wonen allebei in Madrid. Met de trein zijn ze er in een half uur. Vandaag gaat Sofía naar station Atocha om de kaartjes te kopen.

Sofía: Goedemorgen. Ik wilde graag twee kaartjes naar Toledo voor zaterdagochtend.

Medewerker: Retour?

Sofía: Ja, retour. Hoe laat vertrekt de eerste trein?

Medewerker: Er gaat er een om twintig over acht. De volgende vertrekt om tien voor tien.

Sofía: Die van tien voor tien, alstublieft. En hoe laat komt hij aan?

Medewerker: Om twintig over tien. Dat is samen veertig euro.

Sofía: Kan ik met de kaart betalen?

Medewerker: Natuurlijk. Kijk zaterdag op het scherm: daar staat het spoor.

's Avonds stuurt Sofía Clara een berichtje: “Ik heb de kaartjes! We zien elkaar zaterdag om half tien op het station.”

Vragen over de tekst

1. ¿Con quién va Sofía a Toledo? (Met wie gaat Sofía naar Toledo?)

Antwoord: Con su amiga Clara.

2. ¿A qué hora sale su tren? (Hoe laat vertrekt hun trein?)

Antwoord: A las nueve y cincuenta.

3. ¿Dónde pone la vía? (Waar staat het spoor?)

Antwoord: En la pantalla.

Wat leer je in deze tekst? Met va a visitar zeg je wat iemand gaat doen (ir a + werkwoord). Sofía zegt quería in plaats van quiero: zo vraag je in het Spaans beleefd om iets. Verder hoor je veel kloktijden, zoals a las nueve y cincuenta. Oefen ze in De kloktijden. De woorden voor het station vind je in Op het station.

Tekst 5 (A2): En la farmacia

Niveau: A2 Spaanse tekst: 120 woorden

Peter is Nederlander en overwintert in Alicante. Sinds gisteren heeft hij erge keelpijn en een beetje koorts. 's Ochtends gaat hij naar de apotheek op het plein, die met het groene kruis.

Apothekeres: Goedemorgen. Wat is er aan de hand?

Peter: Goedemorgen. Ik heb keelpijn en ik ben heel moe.

Apothekeres: Heeft u koorts?

Peter: Ja, een beetje. Gisteravond had ik 37,5.

Apothekeres: Neem deze keeltabletten, één om de vier uur. Tegen de koorts paracetamol. Drink veel water en rust goed uit.

Peter: En als het morgen erger is?

Apothekeres: Dan kunt u beter naar de dokter gaan.

Peter gaat terug naar huis. Hij neemt een tablet en gaat met een kop thee op de bank liggen. In Spanje zijn er overal apotheken. Wat een geluk!

Vragen over de tekst

1. ¿Qué le duele a Peter? (Waar heeft Peter pijn?)

Antwoord: La garganta.

2. ¿Cada cuántas horas tiene que tomar una pastilla? (Om de hoeveel uur moet hij een tablet nemen?)

Antwoord: Cada cuatro horas.

3. ¿Qué tiene que hacer Peter si mañana está peor? (Wat moet Peter doen als het morgen erger is?)

Antwoord: Ir al médico.

Wat leer je in deze tekst? Pijn hebben zeg je met doler: me duele la garganta, letterlijk “de keel doet me pijn”. De apothekeres spreekt Peter aan met usted en geeft advies in de gebiedende wijs: tome, beba, descanse. Woorden voor klachten en medicijnen vind je in Gezondheid. In Het menselijk lichaam leer je zeggen waar het pijn doet.

Tekst 6 (A2): ¿Dónde está Correos?

Niveau: A2 Spaanse tekst: 113 woorden

Anouk is op vakantie in Granada. Ze heeft vijf ansichtkaarten voor haar familie, maar ze heeft geen postzegels. Daarom vraagt ze het aan een meneer die voorbijloopt.

Anouk: Pardon, weet u waar het postkantoor is?

Meneer: Ja, het is niet ver. Loop deze straat rechtdoor tot aan het plein. Daar gaat u naar rechts. Het postkantoor zit naast een bank, tegenover de kerk.

Anouk: Is het vijf minuten lopen?

Meneer: Ongeveer tien minuten. Maar als u alleen postzegels nodig heeft, zit er hier vlakbij een tabakswinkel, aan de linkerkant.

Anouk: O, perfect! Hartelijk bedankt.

Meneer: Graag gedaan. Nog een fijne dag!

In de tabakswinkel koopt Anouk vijf postzegels. Nu heeft ze alleen nog een gele brievenbus nodig.

In Spanje koop je postzegels ook in een estanco, een tabakswinkel met een bruin-geel bord. De brievenbussen van Correos zijn geel.

Vragen over de tekst

1. ¿Qué quiere hacer Anouk? (Wat wil Anouk doen?)

Antwoord: Mandar cinco postales a su familia.

2. ¿Dónde está la oficina de Correos? (Waar is het postkantoor?)

Antwoord: Al lado de un banco, enfrente de la iglesia.

3. ¿Dónde compra Anouk los sellos? (Waar koopt Anouk de postzegels?)

Antwoord: En el estanco.

Wat leer je in deze tekst? Je vraagt beleefd de weg met perdone en ¿sabe dónde está…? De meneer antwoordt met de gebiedende wijs voor usted: siga en gire. Je leert ook zeggen waar iets is: al lado de, enfrente de, a la izquierda. Oefen dat verder in De weg vragen en navigeren. In het blog over plaatsbepalingen vind je nog meer van zulke woorden.

Tekst 7 (A2): Un domingo de lluvia en Barcelona

Niveau: A2 Spaanse tekst: 111 woorden

Hoi Sara! Hoe gaat het met jullie in Amsterdam? Hier in Barcelona was het vandaag een beetje een rare dag. Vanochtend zijn we vroeg opgestaan om naar het strand te gaan, maar om tien uur begon het te regenen. En flink ook!

Uiteindelijk zijn we met de kinderen naar het Picassomuseum gegaan. Ze hebben het heel leuk gehad. Het mooist vonden ze de tekeningen die Picasso als kind maakte. Daarna hebben we paella gegeten in een restaurant in de wijk El Born.

Nu regent het niet meer, maar het waait en het is een beetje fris. Voor morgen voorspellen ze zon en vijfentwintig graden. Eindelijk strand!
Een dikke knuffel,
Elena

Vragen over de tekst

1. ¿Por qué no han ido a la playa? (Waarom zijn ze niet naar het strand gegaan?)

Antwoord: Porque ha empezado a llover.

2. ¿Qué han comido después del museo? (Wat hebben ze na het museum gegeten?)

Antwoord: Una paella.

3. ¿Qué tiempo va a hacer mañana? (Wat voor weer wordt het morgen?)

Antwoord: Va a hacer sol y veinticinco grados.

Wat leer je in deze tekst? Elena vertelt over vandaag met de voltooid tegenwoordige tijd: hemos ido, ha empezado, hemos comido. Over de tijd dat Picasso klein was, zegt ze hizo: dat is de verleden tijd voor iets wat helemaal voorbij is. Het verschil lees je in het blog pretérito perfecto en indefinido. Woorden als llueve, hace viento en hace sol oefen je in Het weer.

Welke tekst past bij jou?

Las je de A1-teksten makkelijk en wil je weten waar je nu staat? Doe de gratis niveautest. In drie minuten weet je je niveau en krijg je advies over je volgende stap.

Doe de niveautest

Veelgestelde vragen over Spaanse teksten met vertaling

Hoe leer je Spaans met teksten met vertaling?

Lees eerst de Spaanse tekst en probeer zoveel mogelijk zelf te begrijpen. Luister daarna naar de tekst terwijl je meeleest. Kijk pas dan naar de vertaling om te controleren wat je dacht. Lees de tekst tot slot hardop. Zo oefen je lezen, luisteren en uitspraak in één keer.

Welk niveau hebben deze Spaanse teksten?

De eerste drie teksten zijn voor beginners op niveau A1. Ze zijn kort. Ze gaan over de bakker, de buren en het ontbijt in de bar. De andere vier passen bij niveau A2, met kloktijden, de gebiedende wijs en de voltooid tegenwoordige tijd. Weet je je niveau nog niet, doe dan de gratis niveautest.

Lees ik eerst de Spaanse tekst of eerst de vertaling?

Begin altijd met het Spaans. Je hersenen leren het meest als ze zelf puzzelen. Gebruik de vertaling daarna om te controleren wat je begrepen hebt. Bij een tweede keer lezen heb je de vertaling vaak al niet meer nodig.

Is dit Spaans uit Spanje?

Ja. Alle teksten spelen in Spanje en zijn geschreven in het Spaans dat je daar hoort. Daarom gebruiken de personages vosotros als ze twee of meer mensen aanspreken, zoals in ¿De dónde sois? In Latijns-Amerika zeggen ze in dat geval ustedes.

Waar vind ik meer Spaanse teksten met vertaling?

Lees ook Me llamo Julia en Se llama Felipe. Allebei zijn het korte teksten voor beginners, met woorden en een oefening. Liever een gesprek? Bij Spaanse gesprekken lees en luister je naar acht gesprekken met vertaling.

Lees je graag zo Spaans? Er komt een hele cursus

In Leuk Spaans leren komt de cursus Spaanse teksten met vertaling en beeld. Je leest steeds een nieuwe situatie uit Spanje, hoort elke zin uitgesproken en kijkt je oefeningen meteen na. Zet je op de wachtlijst, dan hoor je als eerste wanneer je kunt beginnen.

Je kunt je op elk moment weer afmelden. Zie ons privacybeleid.