Tekst 1 (A1): En la panadería
Español
Nederlands
Het is acht uur 's ochtends. Lucía woont in Valencia. Elke dag koopt ze brood bij de bakker in haar straat. De bakkersvrouw heet Rosa en is heel aardig.
Rosa: Goedemorgen, Lucía! Wat mag het vandaag zijn?
Lucía: Goedemorgen, Rosa. Een stokbrood en twee croissants, alsjeblieft.
Rosa: Verder nog iets?
Lucía: Ja, ik wil ook een magdalena voor mijn zoon.
Rosa: Prima. Dat is dan drie euro vijftig.
Lucía: Alsjeblieft. Bedankt, tot morgen!
Lucía gaat terug naar huis. Haar zoon Pablo ligt nog in bed. Het ontbijt is klaar!
Een magdalena is een klein Spaans cakeje dat je vaak bij het ontbijt eet.
Vragen over de tekst
1. ¿Dónde vive Lucía? (Waar woont Lucía?)
Antwoord: En Valencia.
2. ¿Qué compra Lucía? (Wat koopt Lucía?)
Antwoord: Una barra de pan, dos cruasanes y una magdalena.
3. ¿Cuánto paga Lucía? (Hoeveel betaalt Lucía?)
Antwoord: Tres euros con cincuenta.
Wat leer je in deze tekst? Je bestelt iets met quiero en je verstaat een prijs als tres euros con cincuenta. Rosa vraagt ¿Qué te pongo?: dat hoor je in elke winkel en bar in Spanje. Oefen de bedragen in de les De getallen en de woorden voor je boodschappen in Inkopen doen.