Huisdieren in het Spaans: hond en kat
Een huisdier is in het Spaans una mascota. De hond is el perro en de kat is el gato. Bedoel je een poes, een vrouwtjeskat, dan zeg je la gata. Let op de uitspraak van perro: de dubbele r rol je een paar keer met het puntje van je tong. Rol je de r niet, dan hoor je pero en dat betekent "maar".
Boerderijdieren in het Spaans: ezel, koe en geit
Een boerderij is una granja. De ezel is el burro, de koe la vaca en de geit la cabra. Het schaap is la oveja, het varken el cerdo en het paard el caballo. Een haan is el gallo en een kip la gallina. De kalkoen is el pavo; een pauw heet el pavo real. Op de menukaart zie je andere woorden: kip als gerecht is pollo en ternera is daar rundvlees.
Wilde dieren in het Spaans: aap, leeuw en olifant
De aap is el mono, de leeuw el león en de olifant el elefante. Veel namen van wilde dieren lijken op het Nederlands, zoals la jirafa, la cebra, el tigre en el canguro. Een beer is el oso, dus de ijsbeer is el oso polar en de panda el oso panda. De dierentuin heet in Spanje el zoo.
Dieren in het bos: haas, wolf, eekhoorn en egel
De haas is la liebre en het konijn el conejo: in het Spaans zijn dat net als bij ons twee verschillende woorden. De wolf is el lobo, de vos el zorro, de eekhoorn la ardilla en de egel el erizo. Een muis is el ratón en een rat la rata. In de Spaanse natuur leeft ook el jabalí, het wilde zwijn, en el lince ibérico, de Iberische lynx.
Vogels in het Spaans: vogel, uil en ooievaar
Een vogel is el pájaro. De uil is el búho, de ooievaar la cigüeña en de meeuw la gaviota. Let op el águila (de arend): dat woord is vrouwelijk, maar omdat het begint met een beklemtoonde a, zeg je el. Twee arenden zijn wel gewoon las águilas.
Kikker, schildpad en slang in het Spaans
De kikker is la rana en de pad el sapo. De schildpad is la tortuga, de slang la serpiente en de krokodil el cocodrilo. Op een warme muur in Spanje zie je vaak een lagartija zitten, een klein hagedisje.
Insecten in het Spaans: mier, krekel en wesp
Een insect is un insecto. De mier is la hormiga, de krekel el grillo en de wesp la avispa. Een mug is un mosquito; dat woord heeft het Engels uit het Spaans. De spin is la araña, al is dat strikt genomen geen insect.
Zeedieren in het Spaans: zeehond, vis en kwal
De zeehond is la foca en de kwal la medusa. Een vis is el pez zolang hij zwemt; ligt hij op je bord, dan heet hij el pescado. Meer vissen zijn los peces: de z wordt dan een c. De octopus, el pulpo, eet je in Spanje vaak als pulpo a la gallega.
Mannetje en vrouwtje: el gato en la gata
Bij veel dieren maak je van een mannelijk woord op -o een vrouwelijk woord op -a: el gato en la gata, el perro en la perra. Eindigt het woord op een medeklinker, dan komt er een -a bij: el león wordt la leona. Soms is het een heel ander woord, net als in het Nederlands: el toro en la vaca (stier en koe), el gallo en la gallina (haan en kip), el carnero en la oveja (ram en schaap). Ook een jong dier heeft vaak een eigen woord: el cachorro (puppy), el gatito (katje), el potro (veulen), el cordero (lam) en el pollito (kuiken). Hoe dat bij andere woorden werkt, leer je in de les mannelijk en vrouwelijk.
Over je huisdier praten: ¿tienes mascota?
Of iemand een huisdier heeft, vraag je met ¿tienes mascota? Je antwoordt met tener (hebben): tengo un perro of no tengo mascotas. Hoe een dier heet, zeg je net als bij mensen met se llama. Bij een huisdier zet je vaak een a voor het dier, net als bij een persoon: ¿puedo acariciar a tu perro?
Test jezelf
Beantwoord de vragen. Je krijgt direct feedback.
Veelgestelde vragen over dieren in het Spaans
Hoe zeg je hond in het Spaans?
Hond is el perro. Een vrouwtjeshond is la perra en een puppy el cachorro. Meer honden zijn los perros.
Wat is kat in het Spaans?
Kat is el gato. Een poes, een vrouwtjeskat, is la gata en een jong katje el gatito.
Wat betekent burro in het Spaans?
Burro betekent ezel. Net als ezel in het Nederlands hoor je het ook als scheldwoord voor iemand die dom of koppig is. Een ander woord voor ezel is el asno.
Hoe zeg je aap in het Spaans?
Aap is el mono en een vrouwtjesaap la mona. In Spanje betekent mono ook schattig: ¡qué mono! zeg je over een baby of een leuk jurkje.
Hoe zeg je koe en stier in het Spaans?
De koe is la vaca en de stier el toro. Een kalf is el ternero of la ternera en een os el buey.
Hoe weet je of een dier in het Spaans mannelijk of vrouwelijk is?
Aan het lidwoord: el is mannelijk en la is vrouwelijk. Vaak verandert alleen de uitgang (el gato, la gata), soms is het een ander woord (el toro, la vaca). Sommige dieren hebben één vast geslacht: la jirafa is altijd vrouwelijk. Wil je zeggen dat het een mannetje is, dan zeg je la jirafa macho.
Wat zegt een hond in het Spaans?
Een Spaanse hond zegt guau guau en blaffen is ladrar: el perro ladra. Een kat zegt miau en een haan quiquiriquí.
Hoe zeg je huisdier in het Spaans?
Een huisdier is una mascota. Je vraagt het met ¿tienes mascota? en antwoordt bijvoorbeeld met tengo un perro (ik heb een hond) of tengo dos gatos (ik heb twee katten).
Wil je verder na de dieren?
In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.
Download het gratis e-bookZelfstandig Spaans leren
Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.
Meer hierover op het blog
Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.
