Bakker in het Spaans: el panadero
Een bakker is in het Spaans el panadero en een vrouwelijke bakker is la panadera. Het woord komt van el pan, brood. De bakker werkt in la panadería, de bakkerij. Voor taart en gebak ga je naar la pastelería, waar el pastelero werkt, de banketbakker.
Zo gaat het bij meer winkels in Spanje: het beroep eindigt op -ero en de winkel op -ería. De slager is el carnicero in la carnicería en de groenteboer is el verdulero. In Spanje hoor je voor de groenteboer ook vaak el frutero, want groente en fruit koop je meestal in la frutería.
Boer in het Spaans: el agricultor en el granjero
Voor boer heeft het Spaans meer dan één woord. Een boer die het land bewerkt en gewassen teelt, is el agricultor. Houdt hij koeien, varkens of schapen, dan is hij el ganadero, een veehouder. El granjero is de boer van een boerderij, una granja, vaak met kippen of varkens. Voor een vrouw zeg je la agricultora, la ganadera en la granjera. Een visser is el pescador. Vis koop je bij el pescadero, in la pescadería.
Ober in het Spaans: el camarero en la camarera
Een ober of kelner is in het Spaans el camarero en een serveerster is la camarera. In de keuken staat el cocinero of la cocinera, de kok. De chef-kok noem je ook in het Spaans el chef. Wat je in een restaurant tegen de ober zegt, lees je in het blog In een restaurant in Spanje.
Leraar in het Spaans: el profesor en la profesora
Een leraar is el profesor en een lerares la profesora. In Spanje gebruik je profesor voor de middelbare school, de universiteit en een taalschool. Een leraar Spaans is dus un profesor de español. Op de basisschool heet de meester el maestro en de juf la maestra.
Loodgieter, timmerman en metselaar in het Spaans
De loodgieter is in Spanje el fontanero. In Latijns-Amerika zeg je el plomero. De timmerman is el carpintero en de metselaar el albañil. Een elektricien is el electricista en dat woord blijft voor een vrouw gelijk: la electricista. Let op bij el pintor: dat is de schilder die je huis verft, maar ook een kunstschilder zoals Picasso.
Ambtenaar, postbode en chauffeur in het Spaans
Een ambtenaar is el funcionario, of la funcionaria. In Spanje word je vaak ambtenaar via las oposiciones, een groot vergelijkend examen. De postbode is el cartero, of la cartera. Een chauffeur is el conductor en een taxichauffeur el taxista.
De politieagent is el policía. Een vrouwelijke agent is la policía, maar la policía is ook de politie zelf. Daarom hoor je ook la agente. De brandweerman is el bombero en een brandweervrouw la bombera. Een socorrista let op het strand of in het zwembad op de zwemmers: de strandwacht of de badmeester.
Verpleegkundige, dokter en dierenarts in het Spaans
Een verpleegkundige is la enfermera, of el enfermero als het een man is. De dokter is el médico en een vrouwelijke arts la médica. Spreek je de dokter aan, dan zeg je in Spanje gewoon doctor of doctora. De dierenarts is el veterinario, de tandarts el dentista en de fysiotherapeut el fisioterapeuta. Woorden voor bij de dokter vind je in de les gezondheid.
Acteur, regisseur en journalist in het Spaans
Een acteur is el actor en een actrice la actriz. De regisseur van een film is el director de cine, of kort el director. Dat woord betekent ook directeur. Een journalist is el periodista en voor een vrouw verandert alleen het lidwoord: la periodista. Zo gaat het ook bij de zanger en de zangeres: el cantante en la cantante.
Verkoper en kapper in het Spaans
Een winkelbediende is el dependiente. Voor een vrouw zeg je in Spanje meestal la dependienta. Een verkoper is el vendedor en de vrouw achter de kassa is la cajera. Een man aan de kassa is el cajero en zo heet ook de geldautomaat. De kapper is el peluquero of la peluquera en de kapsalon heet la peluquería.
Manager, advocaat en vertaler in het Spaans
Een manager is in het Spaans el gerente, of la gerente. Je baas noem je el jefe of la jefa. Een directeur is el director, een advocaat el abogado en een notaris el notario. Let op het verschil tussen el traductor en el intérprete: een traductor vertaalt teksten, een intérprete tolkt wat iemand zegt. Woorden voor op je werk vind je in de les op kantoor.
Mannelijk en vrouwelijk: el panadero en la panadera
De meeste beroepen hebben in het Spaans een mannelijke en een vrouwelijke vorm. Zo vind je de vrouwelijke vorm:
- Eindigt het woord op -o, dan wordt dat -a: el panadero wordt la panadera, el médico wordt la médica en el abogado wordt la abogada.
- Eindigt het woord op een medeklinker, dan komt er -a achter: el profesor wordt la profesora en el trabajador wordt la trabajadora.
- Eindigt het woord op -ista of -e, dan blijft het gelijk en verandert alleen het lidwoord: el periodista en la periodista, el cantante en la cantante, el dentista en la dentista.
Er zijn een paar uitzonderingen. El actor wordt la actriz. Bij el dependiente en el jefe zeg je voor een vrouw la dependienta en la jefa. Meer over mannelijke en vrouwelijke woorden lees je in de les mannelijk en vrouwelijk.
Zeggen wat je doet: ¿a qué te dedicas?
Wil je weten wat iemand voor werk doet, dan vraag je ¿A qué te dedicas? Letterlijk is dat: waar houd je je mee bezig? Je kunt ook ¿En qué trabajas? vragen, wat voor werk doe je, of ¿Dónde trabajas?, waar werk je. Spreek je iemand aan met usted, dan zeg je ¿A qué se dedica?
In je antwoord gebruik je soy met het beroep, zonder lidwoord: soy profesora, ik ben lerares. Een man zegt soy médico, een vrouw soy médica. Met trabajo en zeg je waar je werkt: trabajo en un hospital, trabajo en una oficina. Met trabajo de zeg je als wat je werkt: trabajo de camarera, ik werk als serveerster. Werk je niet, dan zeg je estoy en paro (ik ben werkloos) of estoy jubilada (ik ben met pensioen). Een man zegt estoy jubilado.
Oefening: beroepen in een zin
Kies wat in de zin past. Je ziet meteen of het klopt. Bij een fout krijg je nog een poging.
-
1. Mi hermana trabaja en un hospital. Es .
-
2. Ana es .
-
3. Es muy buena.
-
4. Trabajo un banco.
-
5. Este verano trabajo camarero en un bar.
-
6. periodista se llama Marta.
-
7. Lucía Ferrer es una muy conocida.
-
8. ¿A qué te ? Soy fontanero.
Test jezelf
Beantwoord de vragen. Je krijgt direct feedback.
Veelgestelde vragen over beroepen in het Spaans
Hoe zeg je bakker in het Spaans?
Een bakker is el panadero en een vrouwelijke bakker la panadera. De bakkerij is la panadería. Een banketbakker is el pastelero en die werkt in la pastelería.
Hoe zeg je boer in het Spaans?
Een boer die gewassen teelt, is el agricultor. Een veehouder is el ganadero en de boer van een boerderij el granjero.
Hoe zeg je ober in het Spaans?
Een ober is el camarero en een serveerster la camarera. De kok is el cocinero of la cocinera.
Hoe zeg je leraar in het Spaans?
Een leraar is el profesor en een lerares la profesora. Op de basisschool zeg je el maestro en la maestra. Een leraar Spaans is un profesor de español.
Hoe vraag je in het Spaans wat iemand voor werk doet?
Je vraagt ¿A qué te dedicas? of ¿En qué trabajas? Tegen iemand die je met usted aanspreekt, zeg je ¿A qué se dedica? Het antwoord begint met soy: soy profesora, soy médico.
Zeg je soy profesora of soy una profesora?
Je zegt soy profesora, zonder lidwoord. Het lidwoord komt er alleen bij als je iets over de persoon zegt: es una profesora muy buena.
Wat is het verschil tussen trabajo en en trabajo de?
Na trabajo en komt de plek: trabajo en un hospital, ik werk in een ziekenhuis. Na trabajo de komt het beroep: trabajo de camarera, ik werk als serveerster.
Hoe maak je een beroep vrouwelijk in het Spaans?
Een -o wordt -a (el médico, la médica) en na een medeklinker komt er -a bij (el profesor, la profesora). Woorden op -ista en -e blijven gelijk: el periodista en la periodista, el cantante en la cantante. Een uitzondering is el actor en la actriz.
Wil je verder na de beroepen?
In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.
Download het gratis e-bookZelfstandig Spaans leren
Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.
Meer hierover op het blog
Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.
-
Een sollicitatiegesprek en beroepen
Bereid je voor op een sollicitatiegesprek in het Spaans met een voorbeeldgesprek, vertaling en video. Leer ook beroepen en woorden over werk en salaris.
WoordenlijstGesprek
-
Zakelijk Spaans: e-mail, telefoon en vergaderen in het Spaans
Zakelijk Spaans voor je werk: tú of usted, de juiste aanhef, bellen, afspreken en vergaderen. Met vertaling en een voorbeeldmail in het Spaans.
Woordenlijst
