Naar de inhoud

Landen en nationaliteiten Países y nacionalidades

Landen in het Spaans zijn los países, en een land is el país. Hieronder vind je eerst Nederland en België in het Spaans, daarna de landen van Europa, de Spaanstalige landen en de rest van de wereld. Je leert ook hoe je zegt waar je vandaan komt (¿De dónde eres?), hoe een nationaliteit verandert voor een man en een vrouw, en hoe je de talen noemt. Klik op een kaart om het woord te horen, en zet “Toon vertaling” uit als je jezelf wilt overhoren.

Nederland in het Spaans: Países Bajos of Holanda

Wat is Nederland in het Spaans? De officiële naam is los Países Bajos, letterlijk "de Lage Landen". Die naam gebruiken de overheid, de kranten en de ambassade, en je hoort hem met en zonder lidwoord: vivo en (los) Países Bajos. In het dagelijks Spaans zeggen de meeste Spanjaarden gewoon Holanda, ook als ze heel Nederland bedoelen en niet alleen Noord- en Zuid-Holland. Allebei zijn dus goed.

Een Nederlander is holandés en een Nederlandse holandesa. Officiëler zijn neerlandés en neerlandesa; die woorden zie je vooral in officiële teksten. De Nederlandse taal heet el neerlandés, maar ook daar hoor je vaak el holandés.

België in het Spaans: Bélgica en belga

België is Bélgica, met de klemtoon op Bél. Een Belg is belga, en dat woord blijft hetzelfde voor een man en een vrouw: un chico belga, una chica belga. Alleen in het meervoud verandert het: los belgas.

Kom je uit Vlaanderen, dan ben je flamenco of flamenca. Vlaanderen zelf is Flandes. Hetzelfde woord flamenco is ook de muziek en de dans uit Andalusië, en zelfs de vogel flamingo; uit de zin blijkt wat er bedoeld wordt. Wallonië is Valonia, een Waal is valón en een Waalse valona. Brussel is Bruselas.

Duitsland, Zweden en Zwitserland in het Spaans: landen in Europa

Veel landen in Europa lijken in het Spaans op het Nederlands, maar een paar zijn echt anders. Duitsland is Alemania, naar de oude Germaanse stam van de Alemannen. Zweden is Suecia en Zwitserland is Suiza; die twee lijken veel op elkaar, dus lees ook de tip hieronder. Oostenrijk is Austria, Engeland Inglaterra, Frankrijk Francia en Griekenland Grecia.

Bij Engeland zit een verschil. Inglaterra is alleen Engeland, Gran Bretaña is het eiland met Engeland, Schotland en Wales, en el Reino Unido is het hele land, met Noord-Ierland erbij. In de spreektaal noemen Spanjaarden iedereen uit het Verenigd Koninkrijk vaak inglés, maar het algemene woord is británico.

Midden- en Oost-Europa in het Spaans: Polonia, Chequia en Rusia

Veel landen in Midden- en Oost-Europa eindigen in het Spaans op -ia: Polonia (Polen), Rusia (Rusland), Croacia (Kroatië) en Ucrania (Oekraïne). Tsjechië heet kort Chequia; de officiële naam is la República Checa, en die hoor je ook nog vaak. Hongarije is Hungría, met een accent op de i, en Roemenië Rumanía.

Spaanstalige landen: waar spreken ze Spaans?

In welke landen spreken ze Spaans? Spaans is de officiële of de belangrijkste taal in twintig landen, en daarnaast in Puerto Rico. Zo'n land heet in het Spaans un país hispanohablante.

  • Europa: España.
  • Afrika: Guinea Ecuatorial (Equatoriaal-Guinea).
  • Noord-Amerika: México.
  • Midden-Amerika: Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica en Panamá.
  • Caribisch gebied: Cuba, la República Dominicana en Puerto Rico.
  • Zuid-Amerika: Colombia, Venezuela, Ecuador, Perú, Bolivia, Chile, Argentina, Paraguay en Uruguay.

Het land met de meeste sprekers is Mexico, niet Spanje. Ook in de Verenigde Staten spreken meer dan 40 miljoen mensen thuis Spaans. De Spaanstalige landen in Amerika samen heten Hispanoamérica. Latinoamérica is ruimer: daar hoort bijvoorbeeld ook Brazilië bij, waar ze Portugees spreken.

Landen buiten Europa: Estados Unidos, Marruecos en Japón

Ook buiten Europa lijken veel namen op het Nederlands. De Verenigde Staten zijn Estados Unidos. Een Amerikaan is estadounidense, al hoor je in Spanje ook vaak americano. Marokko is Marruecos, Turkije Turquía en Egypte Egipto. Een paar landen krijgen vaak een lidwoord, zoals la India en los Estados Unidos, maar bij de meeste landen laat je het weg.

Land in het Spaans: el país

Land is in het Spaans el país, met een accent op de i: je zegt pa-ís, in twee lettergrepen. Landen zijn los países. Bedoel je met land het platteland, dan zeg je el campo, en land in de zin van grond is la tierra. Je nationaliteit is la nacionalidad.

¿De dónde eres? Zeggen waar je vandaan komt

Waar iemand vandaan komt, vraag je met ¿De dónde eres? Spreek je iemand aan met u, dan zeg je ¿De dónde es usted?, en in Spanje vraag je aan een groep ¿De dónde sois? Je antwoordt met soy de en het land of de stad: soy de Holanda, soy de los Países Bajos of soy de Bélgica.

Noem je je nationaliteit, dan laat je de weg: soy belga. Een man zegt soy holandés en een vrouw soy holandesa. Woon je in Spanje, dan zeg je vivo en España. Hoe je jezelf verder voorstelt, lees je in de les Begroeten en voorstellen. Het verschil tussen ¿de dónde eres? en ¿de dónde vienes? lees je in het blog Donde, dónde en adónde.

Mannelijk en vrouwelijk: español en española

Een nationaliteit verandert in het Spaans mee met wie of wat je beschrijft. Een Spanjaard is español en een Spaanse española. Zo werkt het:

  • Eindigt het woord op -o, dan wordt dat -a: italiano en italiana, suizo en suiza.
  • Eindigt het op een medeklinker, dan komt er -a achter: español en española. Staat er een accent op de laatste lettergreep, dan valt dat weg: inglés en inglesa, alemán en alemana, francés en francesa.
  • Eindigt het op -a, -e of -í, dan blijft het gelijk: belga, estadounidense, marroquí.

In het meervoud komt er -s of -es achter: los españoles, las inglesas, los belgas. Hetzelfde geldt voor dingen: una tortilla española, un queso holandés.

Talen in het Spaans: el español en el castellano

De naam van een taal is in het Spaans meestal gelijk aan de mannelijke nationaliteit, met el ervoor: el español, el inglés, el francés, el alemán. Nederlands is el neerlandés, of in de spreektaal el holandés. Na hablar laat je het lidwoord meestal weg: hablo español, ¿hablas inglés?

Spaans heet ook el castellano, Castiliaans, naar Castilië, waar de taal ontstond. Allebei de woorden zijn goed, en de Spaanse grondwet spreekt van el castellano. In Spanje zeggen veel mensen castellano om het verschil te maken met de andere talen van het land: el catalán, el gallego (Galicisch) en el euskera (Baskisch). In een groot deel van Latijns-Amerika, zoals in Argentinië en Chili, is castellano ook het gewone woord. Internationaal zeg je meestal español.

Test jezelf

Beantwoord de vragen. Je krijgt direct feedback.

Veelgestelde vragen over landen en nationaliteiten in het Spaans

Hoe zeg je Nederland in het Spaans?

Nederland is officieel los Países Bajos, maar in Spanje zeggen de meeste mensen Holanda. Allebei zijn goed. Waar je vandaan komt, zeg je met soy de Holanda of soy de los Países Bajos.

Wat is de Nederlandse nationaliteit in het Spaans?

Een Nederlander is holandés en een Nederlandse holandesa. Officiëler zijn neerlandés en neerlandesa. De taal is el neerlandés, en in de spreektaal ook el holandés.

Hoe zeg je België en Belg in het Spaans?

België is Bélgica en een Belg is belga, voor een man en voor een vrouw. Een Vlaming is flamenco of flamenca, en Vlaanderen heet Flandes.

Hoe zeg je Duitsland in het Spaans?

Duitsland is Alemania. Een Duitser is alemán, een Duitse alemana, en de taal is el alemán.

In welke landen spreken ze Spaans?

Spaans is de officiële of de belangrijkste taal in twintig landen: Spanje, Mexico, Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica, Panama, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Colombia, Venezuela, Ecuador, Peru, Bolivia, Chili, Argentinië, Paraguay, Uruguay en Equatoriaal-Guinea. Daarnaast spreken ze Spaans in Puerto Rico.

Hoe vraag je in het Spaans waar iemand vandaan komt?

Je vraagt ¿De dónde eres?, of beleefd ¿De dónde es usted? Het antwoord begint met soy de: soy de Bélgica. Noem je je nationaliteit, dan zeg je soy belga of soy holandesa, zonder de.

Schrijf je nationaliteiten in het Spaans met een hoofdletter?

Nee. Nationaliteiten en talen krijgen in het Spaans een kleine letter: español, holandesa, el inglés. De naam van het land krijgt wel een hoofdletter: España, Holanda.

Wat is het verschil tussen español en castellano?

Er is geen verschil in de taal: allebei betekenen Spaans. Castellano verwijst naar Castilië, waar de taal ontstond. In Spanje gebruiken veel mensen het om het Spaans te onderscheiden van het Catalaans, het Galicisch en het Baskisch, en in delen van Latijns-Amerika is het het gewone woord. Internationaal zeg je meestal español.

Wil je verder na landen en nationaliteiten?

In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.

Download het gratis e-book
Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.

Meer hierover op het blog

Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.