Naar de inhoud

Decir vervoegen zeggen

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord decir (zeggen) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het rood. Een onregelmatige vorm is geel gemarkeerd.

Soort:
onregelmatig werkwoord
Gerundio:
diciendo
Voltooid deelwoord:
dicho

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo digo ik zeg
tú dices jij zegt
él, ella dice hij, zij zegt
usted dice u zegt
nosotros decimos wij zeggen
vosotros decís jullie zeggen
ellos, ellas dicen zij zeggen
ustedes dicen u (meervoud) zegt

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he dicho ik heb gezegd
tú has dicho jij hebt gezegd
él, ella ha dicho hij, zij heeft gezegd
usted ha dicho u heeft gezegd
nosotros hemos dicho wij hebben gezegd
vosotros habéis dicho jullie hebben gezegd
ellos, ellas han dicho zij hebben gezegd
ustedes han dicho u (meervoud) heeft gezegd

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo dije ik zei
tú dijiste jij zei
él, ella dijo hij, zij zei
usted dijo u zei
nosotros dijimos wij zeiden
vosotros dijisteis jullie zeiden
ellos, ellas dijeron zij zeiden
ustedes dijeron u (meervoud) zei

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo decía ik zei
tú decías jij zei
él, ella decía hij, zij zei
usted decía u zei
nosotros decíamos wij zeiden
vosotros decíais jullie zeiden
ellos, ellas decían zij zeiden
ustedes decían u (meervoud) zei

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había dicho ik had gezegd
tú habías dicho jij had gezegd
él, ella había dicho hij, zij had gezegd
usted había dicho u had gezegd
nosotros habíamos dicho wij hadden gezegd
vosotros habíais dicho jullie hadden gezegd
ellos, ellas habían dicho zij hadden gezegd
ustedes habían dicho u (meervoud) had gezegd

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo diré ik zal zeggen
tú dirás jij zult zeggen
él, ella dirá hij, zij zal zeggen
usted dirá u zal zeggen
nosotros diremos wij zullen zeggen
vosotros diréis jullie zullen zeggen
ellos, ellas dirán zij zullen zeggen
ustedes dirán u (meervoud) zal zeggen

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré dicho ik zal gezegd hebben
tú habrás dicho jij zult gezegd hebben
él, ella habrá dicho hij, zij zal gezegd hebben
usted habrá dicho u zal gezegd hebben
nosotros habremos dicho wij zullen gezegd hebben
vosotros habréis dicho jullie zullen gezegd hebben
ellos, ellas habrán dicho zij zullen gezegd hebben
ustedes habrán dicho u (meervoud) zal gezegd hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo diría ik zou zeggen
tú dirías jij zou zeggen
él, ella diría hij, zij zou zeggen
usted diría u zou zeggen
nosotros diríamos wij zouden zeggen
vosotros diríais jullie zouden zeggen
ellos, ellas dirían zij zouden zeggen
ustedes dirían u (meervoud) zou zeggen

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría dicho ik zou hebben gezegd
tú habrías dicho jij zou hebben gezegd
él, ella habría dicho hij, zij zou hebben gezegd
usted habría dicho u zou hebben gezegd
nosotros habríamos dicho wij zouden hebben gezegd
vosotros habríais dicho jullie zouden hebben gezegd
ellos, ellas habrían dicho zij zouden hebben gezegd
ustedes habrían dicho u (meervoud) zou hebben gezegd

Meer over Spaanse werkwoorden

Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.