Naar de inhoud

Dar vervoegen geven

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord dar (geven) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het rood. Een onregelmatige vorm is geel gemarkeerd.

Soort:
onregelmatig werkwoord
Gerundio:
dando
Voltooid deelwoord:
dado

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo doy ik geef
tú das jij geeft
él, ella da hij, zij geeft
usted da u geeft
nosotros damos wij geven
vosotros dais jullie geven
ellos, ellas dan zij geven
ustedes dan u (meervoud) geeft

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he dado ik heb gegeven
tú has dado jij hebt gegeven
él, ella ha dado hij, zij heeft gegeven
usted ha dado u heeft gegeven
nosotros hemos dado wij hebben gegeven
vosotros habéis dado jullie hebben gegeven
ellos, ellas han dado zij hebben gegeven
ustedes han dado u (meervoud) heeft gegeven

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo di ik gaf
tú diste jij gaf
él, ella dio hij, zij gaf
usted dio u gaf
nosotros dimos wij gaven
vosotros disteis jullie gaven
ellos, ellas dieron zij gaven
ustedes dieron u (meervoud) gaf

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo daba ik gaf
tú dabas jij gaf
él, ella daba hij, zij gaf
usted daba u gaf
nosotros dábamos wij gaven
vosotros dabais jullie gaven
ellos, ellas daban zij gaven
ustedes daban u (meervoud) gaf

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había dado ik had gegeven
tú habías dado jij had gegeven
él, ella había dado hij, zij had gegeven
usted había dado u had gegeven
nosotros habíamos dado wij hadden gegeven
vosotros habíais dado jullie hadden gegeven
ellos, ellas habían dado zij hadden gegeven
ustedes habían dado u (meervoud) had gegeven

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo daré ik zal geven
tú darás jij zult geven
él, ella dará hij, zij zal geven
usted dará u zal geven
nosotros daremos wij zullen geven
vosotros daréis jullie zullen geven
ellos, ellas darán zij zullen geven
ustedes darán u (meervoud) zal geven

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré dado ik zal gegeven hebben
tú habrás dado jij zult gegeven hebben
él, ella habrá dado hij, zij zal gegeven hebben
usted habrá dado u zal gegeven hebben
nosotros habremos dado wij zullen gegeven hebben
vosotros habréis dado jullie zullen gegeven hebben
ellos, ellas habrán dado zij zullen gegeven hebben
ustedes habrán dado u (meervoud) zal gegeven hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo daría ik zou geven
tú darías jij zou geven
él, ella daría hij, zij zou geven
usted daría u zou geven
nosotros daríamos wij zouden geven
vosotros daríais jullie zouden geven
ellos, ellas darían zij zouden geven
ustedes darían u (meervoud) zou geven

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría dado ik zou hebben gegeven
tú habrías dado jij zou hebben gegeven
él, ella habría dado hij, zij zou hebben gegeven
usted habría dado u zou hebben gegeven
nosotros habríamos dado wij zouden hebben gegeven
vosotros habríais dado jullie zouden hebben gegeven
ellos, ellas habrían dado zij zouden hebben gegeven
ustedes habrían dado u (meervoud) zou hebben gegeven

Meer over Spaanse werkwoorden

Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.