Naar de inhoud

Op reis gaan Ir de viaje

Reizen is in het Spaans viajar en op reis gaan is ir de viaje. Op deze pagina leer je de Spaanse woorden en zinnen voor je reis: van je koffer inpakken (hacer la maleta) en inchecken op het vliegveld (facturar) tot de eerste zinnen die je onderweg nodig hebt. Daarna vind je per situatie de les die erbij hoort, van het station tot het hotel en het restaurant. Klik op een kaart om het woord te horen. Zet “Toon vertaling” uit als je jezelf wilt overhoren.

Reizen in het Spaans: viajar of ir de viaje

Reizen is in het Spaans viajar en de reis is el viaje. Let op: viaje eindigt op een e, maar het is een mannelijk woord. Je zegt dus el viaje en un viaje largo. Op reis gaan is ir de viaje: en verano vamos de viaje a Andalucía, in de zomer gaan we op reis naar Andalusië. Ben je al weg, dan ben je de viaje: mis padres están de viaje, mijn ouders zijn op reis.

Wat is het verschil? Viajar is reizen in het algemeen: me gusta viajar (ik reis graag) en viajo mucho por trabajo (ik reis veel voor mijn werk). Ir de viaje zeg je over één reis die je gaat maken. Ga je op vakantie, dan zeg je ir de vacaciones. De heenreis is la ida en de terugreis la vuelta; een retourtje heet daarom ida y vuelta. En wil je iemand een goede reis wensen, dan zeg je ¡Buen viaje!

De koffer inpakken: la maleta y el pasaporte

De koffer is la maleta en je koffer inpakken is hacer la maleta, letterlijk: de koffer maken. Al je bagage samen is el equipaje en wat je mee de cabine in neemt is el equipaje de mano. Reis je met een rugzak, dan heb je una mochila.

Vergeet je papieren niet. Je paspoort is el pasaporte en je identiteitskaart el documento de identidad. Je vliegticket is in Spanje el billete de avión; in Latijns-Amerika hoor je vaker el boleto. Een reisverzekering is el seguro de viaje. Is alles geregeld, dan zeg je todo está organizado.

Op het vliegveld: el vuelo, la puerta de embarque y facturar

Het vliegveld is el aeropuerto, het vliegtuig el avión en de vlucht el vuelo. Je koffer inchecken heet facturar: tengo que facturar la maleta. Dat doe je bij el mostrador de facturación, de incheckbalie. Daarna heb je la tarjeta de embarque, de instapkaart, en ga je door el control de seguridad.

De gate is la puerta de embarque. Het instappen zelf heet el embarque. Hoor je última llamada, dan moet je echt opschieten. Op de borden zie je salidas (vertrek) en llegadas (aankomst). Na de landing haal je je koffer op bij la recogida de equipajes. Online inchecken heet in Spanje vaak gewoon hacer el check-in.

Onderweg: met de auto, de trein of de bus

Hoe je reist, zeg je met ir en: voy en avión, vamos en coche. Alleen te voet is anders: voy a pie. Een bus of trein nemen is in Spanje coger: ¿A qué hora coges el autobús? In Latijns-Amerika heeft coger een platte betekenis; daar zeg je tomar el autobús.

Ga je met de auto, dan huur je er misschien een: alquilar un coche. Je tankt bij la gasolinera, je pauzeert bij un área de servicio langs de snelweg en op sommige snelwegen betaal je tol: el peaje. Hoe lang je onderweg bent, vraag je met ¿Cuánto se tarda? De kinderen op de achterbank vragen natuurlijk ¿Falta mucho? Alle vervoermiddelen staan in de les Transportmiddelen. Een kaartje voor de trein koop je met de les Op het station en de weg vragen leer je in De weg vragen en navigeren.

De eerste zinnen die je op reis nodig hebt

Met een paar korte zinnen kom je op reis al een heel eind. Zeg dat je een beetje Spaans spreekt, hablo un poco de español, en de ander praat vaak vanzelf wat langzamer. Op reis vertel je ook vaak waar je vandaan komt en wat je komt doen: somos de Holanda en estamos de vacaciones. Spanjaarden zeggen Holanda voor heel Nederland.

Een vraag begin je beleefd met perdone (pardon) en je sluit af met muchas gracias, muy amable. Begroetingen en korte zinnen met quiero en necesito leer je in het blog Spaans spreken op vakantie. Hoe je vraagt of iemand iets wil herhalen of langzamer wil praten, staat in De weg vragen en navigeren.

Spaans voor op reis: per situatie een les

Ben je eenmaal aangekomen, dan heb je per situatie andere woorden nodig. Voor elke situatie is er een eigen les, met woordkaarten, uitspraak en een oefening:

Handige zinnen voor de hele vakantie, van begroeten tot de rekening vragen, vind je in het blog Spaans spreken op vakantie. Wil je voor je reis echt leren praten, zodat je ook een gesprek kunt voeren? Lees dan hoe je Spaans leert voor vakantie of reis.

Test jezelf

Beantwoord de vragen. Je krijgt direct feedback.

Veelgestelde vragen over reizen in het Spaans

Hoe zeg je reizen in het Spaans?

Reizen is viajar en de reis is el viaje. Op reis gaan is ir de viaje en op reis zijn is estar de viaje. Ik reis is viajo en jij reist is viajas.

Wat is het verschil tussen viajar en ir de viaje?

Viajar is reizen in het algemeen: me gusta viajar, ik reis graag. Ir de viaje zeg je over één reis die je gaat maken: en verano vamos de viaje a Andalucía.

Hoe zeg je goede reis in het Spaans?

Je zegt ¡Buen viaje! of ¡Que tengas un buen viaje! Tegen iemand die je met usted aanspreekt, wordt dat ¡Que tenga un buen viaje!

Hoe zeg je koffer in het Spaans?

Een koffer is la maleta en de koffer inpakken is hacer la maleta. Bagage is el equipaje en handbagage el equipaje de mano.

Wat betekent facturar op het vliegveld?

Facturar is je bagage inchecken bij de balie, el mostrador de facturación. Daarna ga je met je instapkaart, la tarjeta de embarque, naar de gate: la puerta de embarque.

Hoe zeg je vliegtuig en vliegveld in het Spaans?

Het vliegtuig is el avión en het vliegveld el aeropuerto. Met het vliegtuig gaan is ir en avión: voy en avión, zonder lidwoord.

Welke Spaanse zinnen heb je op reis het eerst nodig?

Begin met hablo un poco de español, perdone, ¿me puede ayudar, por favor? en muchas gracias, muy amable. Meer basiszinnen vind je in het blog Spaans spreken op vakantie.

Hoe bereid je je Spaans voor op een reis?

Leer eerst de woorden op deze pagina en oefen daarna per situatie: op het station, in het hotel en in een restaurant. Wil je ook gesprekken kunnen voeren, lees dan hoe je Spaans leert voor vakantie of reis.

Ga je binnenkort op reis?

In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.

Download het gratis e-book
Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.

Meer hierover op het blog

Uitleg, achtergrond en extra oefeningen bij dit onderwerp.