Naar de inhoud

Ontkenningen Negaciones

Nee is in het Spaans no en met hetzelfde woord zeg je ook niet. Daarnaast heb je woorden als nada (niets), nadie (niemand), nunca (nooit), tampoco (ook niet) en ningún (geen enkele). Hieronder lees je per woord hoe je het gebruikt, hoe de dubbele ontkenning werkt en hoe je beleefd nee zegt. Klik op een kaart om de zin te horen.

Nee in het Spaans: no

Nee is in het Spaans no. Ja is sí, met een accent. Zonder accent betekent si als, zoals in si quieres (als je wilt).

Met no zeg je ook niet. Geef je antwoord op een vraag, dan hoor je daarom vaak twee keer no achter elkaar: het eerste is nee, het tweede is niet. ¿Tienes hambre? No, no tengo hambre. Heb je honger? Nee, ik heb geen honger.

Niet in het Spaans: no vóór het werkwoord

In het Nederlands staat niet vaak achteraan: ik werk vandaag niet. In het Spaans zet je no altijd vóór het werkwoord: hoy no trabajo. Er komt alleen iets tussen als er een woordje als me, te, lo of se bij het werkwoord hoort: no me gusta, no lo sé. In de voltooide tijd staat no vóór he, has of ha: no he dormido bien.

Een vraag maak je op dezelfde manier ontkennend: ¿no vienes?, kom je niet?

Niets in het Spaans: nada

Niets is in het Spaans nada. Zoek je het voor een puzzel: het is een woord van vier letters. Niente lijkt erop, maar dat is Italiaans. Ook niks vertaal je met nada.

Staat nada na het werkwoord, dan zet je er ook no vóór: no veo nada, ik zie niets. Dat heet de dubbele ontkenning. In het Nederlands klinkt ik zie niet niets vreemd, maar in het Spaans hoort het zo en veo nada is fout. Staat nada vooraan, dan heb je geen no nodig: nada es imposible, niets is onmogelijk.

Je hoort nada ook in vaste uitdrukkingen. De nada zeg je als iemand je bedankt: graag gedaan, of geen dank. Meer daarover lees je in het blog Hoe zeg je graag gedaan in het Spaans?

Nooit in het Spaans: nunca en jamás

Nooit is nunca. Je kunt het op twee plekken zetten. Vóór het werkwoord heb je geen no nodig: nunca bebo café, ik drink nooit koffie. Na het werkwoord komt er weer no vóór, net als bij nada: no bebo nunca alcohol, ik drink nooit alcohol. Ook nog nooit is nunca, meestal met de voltooide tijd: nunca he estado en Madrid, ik ben nog nooit in Madrid geweest.

Jamás betekent ook nooit, maar is sterker. Samen versterken ze elkaar: nunca jamás, nooit ofte nimmer. Nooit meer is nunca más.

Niemand in het Spaans: nadie

Niemand is nadie en ook hier geldt de dubbele ontkenning. Staat nadie vóór het werkwoord, dan zonder no: nadie lo sabe, niemand weet het. Staat het erna, dan met no: no viene nadie, er komt niemand.

Is niemand het lijdend voorwerp, dan zet je er a voor, zoals bij elke persoon: no conozco a nadie, ik ken niemand. Er is niemand zeg je met hay: no hay nadie.

Geen in het Spaans: no, ningún en ninguna

Voor geen heeft het Spaans meestal geen apart woord. Je zet no vóór het werkwoord en laat het lidwoord weg: no tengo dinero, ik heb geen geld.

Bedoel je geen enkel of geen één, dan gebruik je ningún vóór een mannelijk woord en ninguna bij een vrouwelijk woord: en ningún caso, de ninguna manera. Staat er geen zelfstandig naamwoord achter, dan wordt ningún ninguno: no ha venido ninguno, er is er geen één gekomen. Deze woorden staan bijna altijd in het enkelvoud. Ook hier geldt de dubbele ontkenning: no tengo ningún problema.

Geen idee zeg je kort met ni idea. Geen probleem is no hay problema en in Spanje hoor je daarvoor ook vaak no pasa nada.

Ook niet in het Spaans: tampoco en ni … ni

Ook is también en ook niet is tampoco. Reageer je op een ontkennende zin, dan zeg je yo tampoco, ik ook niet. Bij gustar wordt het a mí tampoco: No me gusta el fútbol. A mí tampoco. Hoe dat werkt, zie je in het blog Gustar, también en tampoco, met een video en oefeningen.

Tampoco volgt dezelfde regel als nada en nunca: vóór het werkwoord zonder no (hoy tampoco he trabajado), erna met no (hoy no he trabajado tampoco).

Noch … noch is ni … ni: ni Ana ni Paco tienen trabajo. Staat ni … ni achter het werkwoord, dan komt er weer no vóór: no tengo ni tiempo ni dinero.

Niet meer en nog niet: ya no en todavía no

Ya no betekent niet meer: het was zo, maar nu niet meer. Ya no fumo, ik rook niet meer. Let op het verschil met ya alleen, dat al betekent: ya he comido, ik heb al gegeten.

Todavía no betekent nog niet: het is nog niet gebeurd, maar dat kan nog komen. Todavía no he comido, ik heb nog niet gegeten. In plaats van todavía kun je ook aún zeggen: aún no. Ook hier staat no direct vóór het werkwoord. Meer over ya en todavía, ook zonder ontkenning, lees je in de les Ya en todavía.

Niet dit maar dat: no … sino

Verbeter je wat je net hebt ontkend, dan is maar in het Spaans sino: no es mi hermano, sino mi primo, het is niet mijn broer, maar mijn neef. Sino gebruik je alleen na een ontkenning en wat erna komt, komt in de plaats van wat je ontkent.

In alle andere gevallen is maar pero: es caro, pero me gusta, het is duur, maar ik vind het mooi. Ook na een ontkenning gebruik je pero als je er iets aan toevoegt in plaats van het te verbeteren: no es caro, pero no lo compro. Volgt er na sino een vervoegd werkwoord, dan zeg je sino que: no lo he comprado, sino que me lo han regalado, ik heb het niet gekocht, maar gekregen.

Beleefd nee zeggen: no, gracias

Alleen no klinkt al snel kortaf. Wil je iets beleefd afslaan, zeg dan no, gracias: nee, dank je. Dat werkt in een winkel, op een terras en bij iemand thuis. Met muy amable erachter klinkt het nog vriendelijker.

Word je ergens voor uitgenodigd en kun je niet, laat dan horen dat je het jammer vindt: lo siento, pero no puedo, of me encantaría, pero no puedo. Biedt iemand je nog meer aan terwijl je genoeg hebt, dan zeg je estoy bien así, gracias.

Veelgestelde vragen over ontkenningen in het Spaans

Hoe zeg je nee in het Spaans?

Nee is no. Met hetzelfde woord zeg je ook niet. Daarom hoor je vaak twee keer no: no, no lo sé, nee, ik weet het niet. Ja is sí, met een accent. Beleefd nee zeggen doe je met no, gracias.

Wat is niets in het Spaans?

Niets is nada, een woord van vier letters. Staat nada na het werkwoord, dan komt er no vóór: no tengo nada, ik heb niets. Niente is Italiaans. Graag gedaan is de nada.

Hoe zeg je niemand in het Spaans?

Niemand is nadie: nadie lo sabe, niemand weet het. Na het werkwoord komt er no vóór: no viene nadie. Is niemand het lijdend voorwerp, dan met a: no conozco a nadie.

Hoe zeg je nooit in het Spaans?

Nooit is nunca en iets sterker jamás. Vóór het werkwoord zonder no: nunca bebo café. Erna met no: no bebo nunca alcohol. Nooit meer is nunca más.

Wat is de dubbele ontkenning in het Spaans?

Staat een woord als nada, nadie, nunca, tampoco of ningún na het werkwoord, dan moet er ook no vóór het werkwoord: no veo nada, ik zie niets. Staat het vóór het werkwoord, dan valt no weg: nada me interesa. In het Nederlands klinkt dat dubbel, maar in het Spaans is het verplicht.

Wat is het verschil tussen ningún, ninguno en ninguna?

Ningún staat vóór een mannelijk woord: ningún problema. Zonder woord erachter wordt het ninguno: no ha venido ninguno. Bij een vrouwelijk woord is het altijd ninguna: de ninguna manera. Voor gewoon geen heb je ze meestal niet nodig: no tengo dinero, ik heb geen geld.

Hoe zeg je ik ook niet in het Spaans?

Yo tampoco. Bij werkwoorden als gustar zeg je a mí tampoco: No me gusta el café. A mí tampoco. Ik ook is yo también of a mí también.

Hoe zeg je beleefd nee in het Spaans?

Met no, gracias, eventueel met muy amable erachter. Kun je niet op een uitnodiging ingaan, dan zeg je lo siento, pero no puedo of me encantaría, pero no puedo.

Wil je verder met je Spaans?

In het gratis e-book vind je praktische tips en meer woorden en zinnen voor alledaagse gesprekken in het Spaans.

Download het gratis e-book
Leuk Spaans leren

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.