Ser (1) – Zelfstandig naamwoord
Gebruik ser wanneer er een zelfstandig naamwoord volgt, bijvoorbeeld bij beroep of identiteit.
Ser (2) – Bezit en bestemming
Ser wordt gebruikt om bezit of bestemming aan te geven, vaak met de of para.
Ser (3) – Afkomst
Gebruik ser om aan te geven waar iemand of iets vandaan komt.
Ser (4) – Onpersoonlijke uitdrukkingen
Ser wordt gebruikt in onpersoonlijke uitdrukkingen zoals es interesante en es útil.
Ser (5) – Tijdsaanduidingen
Gebruik ser om de tijd aan te geven.
Estar (1) – Zich bevinden
Estar gebruik je om aan te geven waar iemand of iets zich bevindt. Het onderwerp moet bepaald zijn.
Estar (2) – Hoe gaat het?
Estar gebruik je om te vragen of te zeggen hoe iemand zich voelt.
Hay – Onbepaald onderwerp
Hay betekent er is of er zijn en wordt gebruikt wanneer het onderwerp onbepaald is.
Zelfstandig Spaans leren
Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.