Je gebruikt het werkwoord ‘ir’ (gaan) om aan te geven dat je naar een andere locatie gaat. Op dit plaatje zie je hoe je dit werkwoord moet vervoegen in de tegenwoordige tijd:

Ir

Hier kun je het het vervoegen van dit werkwoord oefenen!

Voertuigen

Een aantal voorbeelden van voertuigen vind je op dit plaatje.

medios de transporte

El autobús

El avión

El barco

La bicicleta

El caballo

El camión

El coche

El globo

El helicóptero

El peatón

El tranvía

El tren

El metro

Een oefening

de antwoorden vind je onderaan deze pagina.
1oefening

Op reis gaan (ir de viaje)

Onderstaand zie je in het Spaans woorden en zinnen die je gebruikt wanneer je op reis gaat.

 Ir de viaje  Op reis gaan

(El viaje de) ida

(El viaje de) vuelta

¿Cómo vas a Barcelona?

Voy en avión

¿A qué hora coges el autobús?

¿Vas en coche o en tren?

Todo está organizado

¿Cuándo sale el avión?

Salgo el lunes y vuelvo el sábado

Antwoorden oefening:
1. voy en
2. a
3. va en
4. ir a
5. van en
6. en
7. ir en – en
8. vamos en

facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmailfacebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Cursus Spaans voor volwassenen

  • Cursus voor 12 weken;
  • 12 online privélessen met gekwalificeerde leraar Spaans;
  • Inclusief toegang tot professionele online campus;
  • Starten op ieder gewenst moment!

Nu € 349,- in plaats van € 375,-

  Ja, ik wil deze cursus boeken! Meer informatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.