medios de transporte

Je gebruikt het werkwoord ‘ir’ (gaan) om aan te geven dat je naar een andere locatie gaat. Op dit plaatje zie je hoe je dit werkwoord moet vervoegen in de tegenwoordige tijd: Hier kun je het het vervoegen van dit werkwoord oefenen! Voertuigen Een aantal voorbeelden van voertuigen vind je op dit plaatje. El autobús El avión… Lees meer

futuro1

Toekomende tijd (Futuro imperfecto) Om handelingen aan te geven die plaatsvinden in de toekomst, gebruikt men de futuro. Vaak wordt er in de zin een tijdsaanduiding gebruikt die in de toekomst ligt, zoals mañana (morgen), luego (straks), el año próximo (volgend jaar) etc. De futuro wordt ook gebruikt bij een vermoeden, twijfel of een veronderstelling.… Lees meer

blog 1 2

Autora Rocío Muríllo – nivel A1/A2 1. Lee el texto y busca las palabras de vocabulario que no conozcas. Lees de tekst en zoek de woorden waarvan je de betekenis niet kent. 2. Subraya las frases donde aparezca SER Y ESTAR. Onderstreep (of noteer) de zinnen waarin SER en ESTAR worden gebruikt. 3. Agrupa en… Lees meer

nationaliteiten2

In deze video leer je van Patricia Torres de namen van landen en de bijbehorende nationaliteiten. Países Landen Albania Argentina Arménia Australia Bélgica Brasil Bulgaria China Dinamarca Alemania Egipto Inglaterra, Gran Bretaña Estonia Finlandia Francia Grecia Hungria Irlanda Islandia Italia Japón Croacia Letonia Lituania Luxemburgo Méjico Holanda, Países Bajos Noruega Ucrania Austria Polonia Portugal Rumanía… Lees meer

desde hace

Vraag: ¿Desde cuándo estudias español? ¿Cuánto tiempo hace que estudias español? Vanaf wanneer leer (studeer) je Spaans? Hoelang leer je Spaans?   Antwoord: Estudio español DESDE 2010 / enero / el verano pasado / la semana pasada Ik leer Spaans sinds 2010 / januari / afgelopen zomer / vorige week DESDE + een vaststaand tijdstip… Lees meer